Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aflaten.

De onmogelijkheid om alle tijdelijke straffen uit te boeten, doet den Roomsch-Katholiek uitzien naar een ander hulpmiddel.

Dit hulpmiddel wordt gezocht in het verdienen van aflaten.

Wat is aflaat? Aflaat, zegt elke Roomsche Catechismus, is kwijtschelding van tijdelijke straffen, welke wij schuldig zijn te lijden voor onze zonden.

De Paus die zich de Stadhouder van Christus op aarde noemt, zou beschikken over een schat die omvat de onuitputtelijke verdiensten van Christus, waarbij zouden gevoegd zijn de zoogenaamde overvloedige voldoeningen der afgestorven heiligen. Deze heiligen toch, zoo wordt beweerd, hebben meer voldaan dan zij zelf tijdelijke straffen te lijden hadden. ~'

Voor het eerst hooren wij in de theologie van dezen schat spreken door den scholasticus Alexander van Hales. (13e eeuw). Deze schat zou toebetrouwd zijn aan den sleuteldrager Petrus en zijn opvolgers, om daaruit aan berouwhebbende zondaars geheele of gedeeltelijke kwijtschelding van tijdelijke straf te verleenen.

Paus Clemens VI heeft het bestaan van dezen schat als leer verkondigd In zijne Bul „Unigenitus" van 1343.

Eerst gold de aflaat alleen voor de levenden, doch Paus Sixtus IV verleende ook aflaat ten voordeel© van zielen die zich in het vagevuur bevonden (1477).

Vraagt gij naar het recht volgens hetwelk de Paus en ook de bisschoppen zouden beschikken over de verdiensten van Christus en over de zoogenaamde overtollige voldoeningen der heiligen, om zondenstraffen kwijt te schelden, dan beroept de Roomsch-Katholiek zich op het woord van Jezus tot Petrus: al wat gij zult ontbonden hebben op aarde, zal ontbonden zijn in den hemel. Deze tekst toch, zoo leert Rome, bewijst de macht gegeven aan Petrus en aan de apostelen, om de zonden die hun beleden werden, te vergeven, diezelfde macht waarmede Jezus sprak tot den geraakte: uwe zonden zijn u vergeven.

Dan redeneert men verder, als de Apostelen en hunne opvolgers het meerdere kunnen, dat is zonden vergeven, kun-

Sluiten