Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5e alle die uwe orde beminnen zullen een zalige dood bekomen."

Men zegge nu niet, dat alles is slechts onbezonnen volksgeloof.

Neen; het wordt officieel aan de Roomsche Christenen aanbevolen door theologisch-onderleg-de Priesters onder toezicht der bisschoppelijke censuur, welke onder dit geschrift vermeld staat.

Onder de heiligen ls het vooral Maria op wie de Roomsche geloovigen een onbegrensd vertrouwen stellen. „Middelares van alle genade" is de titel welke heden in de gansche Roomsche Kerk aan Maria gegeven wordt.

Op de bezwaren welke wij tegen deze bewering inbrengen, wordt dan van Roomsche zijde geantwoord: wij zeggen niet, dat Maria ons de genade verdiend zou hebben; dat heeft alleen Christus gedaan, maar het is de wil van God dat geen genade ons toekomt tenzij door tusschenkomst van Maria.

Wij zoeken echter vruchteloos in het Woord van God naar een bewijs om deze bewering te staven.

Doch anderzijds weer wordt Maria in de Roomsche Kerk voorgesteld als iemand die ook een actieve plaats inneemt in het verlossingswerk van Christus.

Maria's antwoord op de boodschap van den Engel die haar boodschapte, dat zij uitverkoren was om de moeder van den Christus te worden: „zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord", wordt voorgesteld van Roomsche zijde als de toestemming die van Maria vereischt werd opdat zij de Moeder van Christus zou geworden zijn.

En toen zij onder het kruis van Jezus stond en de stervende Jezus tot Johannes zeide: Zie uwe moeder, was het niet zoozeer Johannes maar wel al de Chrlstgeloovigen die haar van Jezus' wege als moeder ontvingen.

Deze dingen worden aan de Roomsen-Katholieken voortdurend voorgehouden in de predikaties over Maria. In alle toonaarden wordt hare liefde tot de geloovigen bezongen, die haar bewoog het moederschap van Christus te aanvaarden, hoewel het haar een leven van smarten zou kosten en van haar zou eischen dat zij haar zoon afstond om te sterven voor het heil der zondaren.

Is het te verwonderen dat de Roomsche geloovigen tot haar

Sluiten