Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschermen en ten laatste tot volkomen vergelding voor alle bewezen weldaden met tijdelijke en eeuwige zegeningen rijkelijk overladen."

Deze toespraak, waarvan de indruk op ons nog verhoogd wordt als wij haar lezen in haar naief, oorspronkelijk dialekt, is een der schoonste stukken, die uit dat tijdvak onzer geschiedenis tot ons zijn gekomen Het is kennelijk gevloeid uit een hart, vol dankbaarheid en erkentelijkheid, vol droeve en lieflijke herinneringen, en het moet, dunkt mij, op den magistraat van Wezel een diepen indruk hebben gemaakt.

De geschenken waarop in de toespraak gezinspeeld wordt, waren twee zware, zilveren bekers, omstreeks Vji Rhijnlandsche voet hoog, zoo wel inals uitwendig zwaar verguld en met gedreven beeldwerk versierd. Op het deksel staat een massief zilveren beeld, een pelgrim voorstellend uit die dagen, met den staf in de hand, en met ongedekten hoofde.

Deze bekers worden te Wezel nog altijd met zorgvuldigheid bewaard en houden de heuchenis levendig van de liefelijke betrekking welke in vroeger jaren, in tijden van lijden en strijden, tusschen de Nederlandsche Gereformeerden en hun geloofsgenooten te Wezel bestaan heeft.

Doch ook nog in andere opzichten is die stad voor hare barmhartigheid beloond geworden. De uitgeweken nederlanders behoorden voor het grootste gedeelte tot den neringdrijvenden stand, en hadden in hun beroep vaak eene grootere mate van bedrevenheid dan de duitschers. Dit geldt vooral de werklieden in trijp, saai en passement. Er is geen twijfel aan, of Wezel heeft ook de vruchten getrokken van hun kunstvaardigheid en van hun vlijt. Ja zoozeer nam de handel van de stad toe, dat iemand het genoemd heeft: klein Antwerpen.

Vele Nederlanders muntten uit door geleerdheid en beschaving en waren door hun onderwijs en hun omgang bevorderlijk aan de ontwikkeling hunner gastheeren en gastvrouwen.

Ook had er meer dan een aanzienlijke sommen gelds meegebracht. waarvan zij woningen kochten, geschenken gaven, en op ruimen voet leefden, zoodat de welvaart der stad door hunne tegenwoordigheid niet weinig werd verhoogd.

Ook deed de invloed der Nederlanders zich gelden op de taal, de zeden en de gewoonten der bewoners van Wezel en haar omstreken. Iemand die volkomen bevoegd is, om er over te oordeelen, zegt dat die invloed nog te bemerken is. Alzoo hebben onze voorouders niet alleen ontvangen , maar ook gegeven.

Bovenal is dit het geval op het gebied van de kerk. De Westfaalsche en Rijn-gewesten hebben in leer en kerkorganisatie onuitsprekelijk veel aan de Nederlandsche vluchtelingen te danken, bijna alles van hen overgenomen; ja zelfs de Luthersche eeredienst aldaar heeft den Nederlandsen-gereformeerden invloed ondervonden.

Dit is een schoon getuigenis voor onze voorouders. Hun gastheeren

Sluiten