Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden niet zulk een diepen indruk hebben gekregen van de waarheid en de voortreffelijkheid hunner beginselen, zouden zich naar deze arme lieden, die waren als schapen zonder herder, niet geschikt hebben, indien deze niet door vroomen wandel, door diepen ernst, en helderder kennis hunne meerderheid op kerkelijk en geestelijk gebied hadden weten te handhaven.

Ik geloof niet dat wij na drie eeuwen hen overtreffen. Ik zie niet veel kracht uitgaan van onze nederlandsche hervormde kerk, ik hoor slechts zelden haar roemen bij hare uitheemsche zusteren. Zij mist die trouw aan, die liefde voor «het zuivere Evangelie", welke vóór dezen haar kracht was.

Laat ons toezien, ons, wien zooveel is gegeven en van wie daarom ook niet weinig zal worden geëischt. Hoeveel is er niet geleden en gebeden, om ons al die zegeningen te doen genieten, welke iedere morgen voor ons nieuw zijn. Het zou verkeerd wezen de gemeenschap met de vaderen te verbreken, de lijn, waarop zij zich bewogen hebben, niet door te trekken. In de trouw aan ons verleden, in het voortzetten, het bekroonen van het werk van ons voorgeslacht ligt de waarborg voor onze kracht, voor onze onafhankelijkheid. Zoo lang wij waarlijk gereformeerd zijn, en dit niet alleen met woorden maar ook met onze daden bewijzen , zijn wij sterk. Dan handhaven wij onze eigene plaats, ons zelfstandig karakter. Wij mogen de vrijheid niet gebruiken tot een oorzaak van lauwheid, van verloochening of bestrijding der waarheid. Het zou wezen alsof wij God wilden verzoeken, Hem uitdagen tot een nieuwe beproeving, aan die van vóór drie honderd jaren gelijk!

Wij moeten terug tot de wet en het getuigenis; tot de belijdenis, welke de band der eenigheid was tusschen onze vaderen. Daarin moet onze jeugd onderwezen, onze jongelingschap gefundeerd worden. Dan zal Nederland's kerk herrijzen en de Nederlandsche staat weêr het hoofd moedig en krachtig kunnen opheffen.

Die den wille des Heeren weet ende niet en doet, Wil hy hem niet bekeeren, hem naect veel tegenspoet,

Veel slagen sal h y verwerven, als hy sal moeten sterven, en eewelijck bederven al inde helsche gloet.

Die hant aenden ploech slaen en terugge sien, Diens rijcke sal vergaen

Sluiten