Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring samengekomen in Amsterdam, den 24 April 1913, ver* klaart zich tegen de toespitsing der antithese tot een vol* strekte op bijna elk gebied, en verwerpt daarom de uitdruk* king: „Christelijk en niet*Christelijk volksdeel", omdat zij meent, dat het Christelijk ideaal voor ons volk als volk hoog gehouden moet worden, gelijk dit staat uitgedrukt in art 8 van haar program van beginselen; dat diens volgens de Over* heid verplicht is, het Christelijk*Historisch karakter der natie te handhaven, en derhalve:

a. de ontkerstening van hetopjgnbare leven in wetten, in* stellingen en zeden enz. (met~name de ontkerstening der openbare instellingen) tegen te gaan;

b. te trachten, voor zoover die ontkerstening reeds is geschied, te herstellen wat te herstellen is, en dus de gedachte te verwezenlijken, die is uitgedrukt in de leuze: plaats voor den Christus ook aan de openbare instellingen. '

Ook "in deze leus komt hetgeen ons van de antirevolutio* nairen scheidt, weer duidelijk uit Men lette slechts op het verschil in standpunt inzake het onderwijs en wel in de eerste plaats op het vraagstuk van

(8) B ij bel en openbare School. Wanneer in de aangehaalde verklaring gesproken wordt van de openbare instellingen, valt daaronder uiteraard ook de openbare school. Het is nu genoegzaam bekend, dat wij, christelijk* historischen ook inzake de Christelijke roeping met betrek* king tot het openbaar lager onderwijs met de antürevolutio* nairen van meening verschillen.

Wij denken aan het vraagstuk betreffende het opnemen van den Bijbel in het' leerplan.

Wij moeten binnen het bestek van dit geschrift met eenige algemeene aanwijzingen ter zake volstaan14) en herinne*

Sluiten