Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij merken hierbij op, dat de overheid als instituut geen consciëntie heeft: wat een brnaTng schijnt, is dit derhalve metterdaad niet.

Vat men nu tevens in het oog, dat elders in hetzelfde program elke^rechtstreeksche bemoeiing met de godsdien* stige ontwikkeling der natie uitdrukkelijk verworpen wordt, dan wordt duidelijk, dat het niet de positief ^christelijke staat

j is, dien de antirevolutionairen voorstaan, doch de neutrale; voor eenige beïnvloeding van het staatsleven in christelijken

\ zin blijft mitsdien slechts in zooverre ruimte, dat, indien

mannen van christelijke overtuiging zich tijdelijk met over* heidsgezag zien bekleed, men hopen mag, dat zij als zoo* danig met hun consciëntie te rade zullen gaan. Voor eenige gebondenheid der overheid is overigens in dit systeem geen plaats.

De bijl is hiermede aan den wortel van den boom van het gemeenschapsleven gelegd; wat nog aan christelijk gehalte aan ons openbaar bestel eigen bleef, zal dientengevolge op den duur verloren gaan, het zal ineenschrompelen om straks geheel af te sterven. In afwachting van dat oogenblik trekt het neo*calvinistische volksdeel zich in isolement binnen eigen veste terug. Deze consequentie van het antirevolutio* naire standpunt komt andermaal op merkwaardige wijze voor den dag, wanneer wij letten op het verschil in standpunt tus* schen hen en ons inzake het universitair onderwijs.

(10) Verschillend standpunt inzake het Hooger Onderwijs. Hetgeen zich in het jongste ver* leden heeft afgespeeld rondom het subsidie van één gulden voor de Tilburgsche Economische Hoogeschool, bij amende* ment van Roomsche en antirevolutionaire zijde aan de On* derwijs*begrooting toegevoegd, heeft nog weer eens duide*

*) De door ons gespatieerde zinsnede luidt in de redactie van 1878 „maar alleen in de consciëntie der overheidspersonen".

Sluiten