Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ dat, ter bevordering van een meer dan dusge*

naamde scheiding tusschen staat en kerk, de verplichting uit art. 178 der Grondwet, voor de Overheid voort* vloeiende, na uitbetaling aan de rechthebbenden van het rechtens verschuldigde, dient te worden opgeheven."

De Hervormden in ons midden zijn er, lettende op het ver* leden, allerminst zeker van, wie, indien het metterdaad eens tot zoodanige scheiding mocht komen, van anti*revolutio* naire zijde als „rechthebbenden" zouden worden aangemerkt. De belangen die te dezen op het spel staan, zijn nochtans van dien aard, dat zulks wel eens duidelijk gezegd mocht worden.

Is het nu zoo onbegrijpelijk, indien de Hervormde, wiens hart aan zijn kerk hangt, zich veiliger gevoelt in onzen Unie* kring? Het antwoord op deze vraag is niet twijfel* achtig voor wien in aanmerking neemt, dat in artikel 12 van ons Christelijk*Historisch program uitdrukkelijk eer* biediging van de historische rechten der kerk wordt geëischt. Algemeen is onder ons het gevoelen, ook van hen die zelf niet tot de Hervormde Kerk behooren, dat onder geen be* ding de aloude Kerk door toedoen van den staat mag worden uiteengescheurd. Omdat — wij zeggen het met Dr. J. R. Slotemaker de Bruine

„ omdat zij door haar historie en traditie zoo nauw

met ons gansche volksbestaan is verbonden, dat haar wegvallen een zeer groote schade beduiden zou voor de zedelijk*geestelijke ontwikkeling van ons volk. En het dus met alle wettige middelen moet worden gekeerd. Met de medewerking van allen, Hervormden en niet*Her* vormden, die deze overtuiging deelen."

Omdat voorts, naar ons eenstemmig gevoelen de inwendige

Sluiten