Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezin, kunnen dit ook niet vormen. Wanneer wij vierhon* derd willekeurige kinderen zouden verdeelen over honderd paren menschen, dan zouden wij geen oogenblik de illusie mogen hebben honderd gezinnen voor de vuist weg gevormd te hebben, om van honderd gelukkige gezinnen heelemaal niet te spreken. Alle willekeurigheid, alle opzettelijkheid, al het expressgewilde ontneemt juist aan dien kleinen kring van menschen, wat elders het wezenlijke van een gezin uit* maakt. Het is nu wel duidelijk waar ik heen wil. Op de vraag wat een gezin eigenlijk is, luidt het antwoord: man, vrouw en hunne kinderen. Het is geen muggenzifterij, dat wij het op dit woordje hunne laten aankomen. Want hierin ligt juist opgesloten, wat in de aandacht naar voren moet komen, opdat wij kunnen zien, waarop het in de gezinsverhouding aankomt; wat deze verhouding eenerzijds vergt, maar ook anderzijds belooft.

Wij kunnen dit nog iets duidelijker zeggen, door vast te stellen, dat het gezin gevormd wordt door vader, moeder en hunne kinderen.

Wat beteekent nu dit feit der organische verbondenheid voor de individuen en indirect voor de samenleving, die uit de gezinnen is opgebouwd? In hetgeen ik hierover verder uiteenzet, ga ik uit van hetgeen Brunner over huwelijk en gezin gezegd heeft2). Ieder mensch is onherroepelijk kind van één man en één vrouw; iedere vader is onherroepelijk met deze vrouw en iedere vrouw is onherroepelijk met dezen man vader of moeder van dit kind. Hiermee wordt niet een biologisch feit zonder meer geconstateerd, maar iets, dat buiten den mensch niet voorkomt: dat een subject op deze geheel eenige en onbegrijpelijke wijze verbonden is met twee andere subjecten en dat het zich hiervan bewust is. Ik heb — als kind — mijn leven, niet mijn physieke leven, maar mijn leven«als«mensch, van deze twee menschen ontvangen. En ik heb, als vader of moeder, met deze vrouw of dezen man, aan dit menschenkind zijn menschelijk bestaan

Sluiten