Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenlijke gezinshoofdenkiesrecht tusschen deze beide poli* tieke groepen geen verschil van meening bestond.

Bij de grondwetsherziening van 1887 stelde de Savornin Lohman een amendement voor om het kiesrechtartikel een redactie te geven, waarvan het slot luidde: „Van personen, „die tot één gezin behooren, kan sléchts één tot de uitoefe» „ning van het kiesrecht geroepen worden". In zijn toelich» ting zeide hij o.a., dat de Tweede Kamer moest worden samengesteld niet door een hoofdelijk stemrecht van de in* dividuen, maar door dat van de huisgezinnen als bestaande onvernietigbare kringen. Dit amendement werd verworpen met 65 tegen 18 stemmen. Alle antirevolutionairen — de partij was toen nog ongesplitst — stemden vóór. Onder de voorstemmers vindt men — naast de Savornin Lohman — van Dedem, van Bijlandt, AE. Mackay, de Geer van Jut* phaas, Schimmelpenninck van der Oye en verschillende anderen, die bij de splitsing met de Savornin Lohman mee* gingen.

Bij de grondwetsherziening van 1917, toen het algemeen mannenkiesrecht in de grondwet kwam en de mogelijkheid van vrouwenkiesrecht, is nog door de Geer gepoogd iets van de gedachte van het huismanskiesrecht te redden. Deze heeft toen een amendement verdedigd — mede geteekend door de Savornin Lohman — om de mogelijkheid van meer* voudig kiesrecht niet uit te sluiten; dit amendement werd toegelicht met het argument, dat, voor het geval eerlang het vrouwenkiesrecht ingevoerd zou worden, dan de baan vrij zou blijven om desgewenscht de stem der gehuwde vrouw aan den man over te dragen, zoodat deze dus twee stemmen zou uitbrengen. Dit amendement werd met links tegen rechts verworpen. Het werd nu dus enkelvoudig algemeen kies» recht voor mannen en, zoo de gewone wetgever vrouwen» kiesrecht zou invoeren, eveneens enkelvoudig algemeen kiesrecht voor vrouwen.

In 1903 werd door de Geer het „huismanskiesrecht" ver*

Sluiten