Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

I.

De Kerk verdedigt de democratie niet terwille van haar eigen vrijheid, maar terwille yan die vrijheid zonder welke geen enkel volk naar behooren kan worden geregeerd.

Er is een groot misverstand omtrent de verhouding van kerk en democratie. Er zijn nl. vele menschen, die meenen dat de kerk zich wel zeer moet inspannen om de demo» cratische vrijheden te handhaven, terwille van haar eigen opdracht en taak. Wanneer men naar de totalitair ge* regeerde landen ziet, dan ontdekt men immers, dat daar ten* slotte ook de kerk onder het juk wordt gebracht van het totalitaire streven. Niet alleen zijn de vrijheid van drukpers, de vrijheid van vergadering en het briefgeheim te niet ge* daan, maar ook de vrijheid van de kerk in haar prediking en onderwijs wordt steeds meer aan banden gelegd. En wel zoo, dat van ook deze laatste vrijheid weinig meer overblijft. Wat ligt er nu meer voor de hand, dan dat de kerk terwille van haar eigen vrijheid van prediking en opvoeding de hand reikt aan hen, die de vrijheid op de andere gebieden voorstaan. Dat de kerk zich met behulp van politieke machtsontwikkeling en zelfs met revolutie zou verdedigen, opdat zij de mogelijkheid zou hebben haar taak in vrijheid te volbrengen.

Hoe voor de hand deze gevolgtrekking ook ligt, zij strookt niet met datgene, wat de bijbel zegt over den plicht van de kerk in tijden van druk en vervolging. Toen Jezus Christus in Gethsemané gevangen genomen werd en de discipelen hem wilden verdedigen met het zwaard, zeide Hij: „Meent gij, dat „ik mijn Vader niet kan aanroepen, zoodat Hij mij oogen*

Sluiten