Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als vrije dagen moeten worden gewaarborgd.

Verscheidene leden achtten de tegen hel wetsontwerp geopperde bezwaren, deels onjuist, deels overdreven. Volgens hun oordeel is het slechts de vraag of de Zondag als algemeene rustdag zal geëerbiedigd en gehandhaafd worden. Dai daarvan eenige beperking van de vrijheid van beweging het gevolg is, ligt in den aard der zaak, maar deze beperking gaat niet verder dan tot hetgeen op publiek terrein voorvalt, en dient juist ter waarborging van de vrijheid voor zoovelen mogelijk om den Zondag als Christelijken rustdag te kunnen genieten.

Naar de meening van verscheidene andere leden moet de weigever zich beperken tot bescherming van hel Kerkbezoek en tof bevordering van Zondagsrust. De wettelijke voorschriften en wel meer in het bijzonder die welke de ontspanning op Zondag beperken, zouden zich moeten bepalen tot de morgenuren. Hiermede zou bereikt worden hetgeen door velen wordt beoogd en aan dispensatiebevoegdheid van de gemeentebesturen zou dan veel minder behoefte bestaan.

Blijkbaar afgeschrikt door de overwegende bezwaren van vele leden lieten Minister Ruys de Beerenbrouck en zijn opvolgers het ontwerp vele jaren liggen, en werd het tenslotte ingetrokken. Dit antecedent is niei bemoedigend. Toch heeft dit gelukkig ons huidig Kabinet niet afgeschrikt dit vraagstuk onder de oogen te zien. In de vergadering van de Tweede Kamer op 23 November 1937 zeide de Minister van Binnenlandsche Zaken: „Nu wenscht de Regeering inderdaad al het mogelijke te doen om op dit gebied te verkrijgen, wat redelijk bereikbaar is". De Regeering is dus diligent.

Echter wees de Minister tevens op de „moeilijkheden, die niemand met één slag op zij kan zetten".

Sluiten