Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naasl deze min of meer technische gebreken van de wet levert deze in de praclijk ernstige bezwaren op in verband met de sedert hare totstandkoming zoozeer veranderde levensomstandigheden. De geweldige ontwikkeling van het verkeerswezen, van sport en publieke vermakelijkheden heeft velerlei eischen in het leven geroepen, die zich bezwaarlijk terug laten dringen.

Welke houding heeft nu de Overheid tegenover het vraagstuk van de Zondagsrust in te nemen?

Er is ongetwijfeld een deel van onze bevolking, dat den toestand liefst wil laten als hij is, en de wet rustig wil laten doorsluimeren.

Er is een deel, dat krachtige handhaving van de wet wil.

Er is een deel, dat door wijziging van de bestaande wet of door een nieuwe wet een oplossing wil, die redelijkerwijze voor allen aanvaardbaar is.

Het is duidelijk, dat hetgeen wij in de eerste plaats noemden, door ons niet is te aanvaarden. Principieel niet, en niet om de reeds genoemde reden, dat een wet, die niet meer toegepast wordt, moet worden ingetrokken.

Hoe staat het mei de tweede opvatting? Op zichzelf beschouwd is deze, afgezien van de gebreken der wei, voor ons de juiste. De wei van 1815 beoogl de plichtmatige viering van den dag des Heeren en andere dagen, den openbaren Christelijken godsdienst toegewijd, te verzekeren. Dit is in overeenstemming met artikel 9 van ons Program van Beginselen: „De Overheid handhave het Chrisielijk-Historisch karakter van ons volk door bevordering van de Zondagsrust, door er legen ie waken dat het karakter van den Christelijken rustdag zou verloren gaan en door de instandhouding van de algemeen erkende Christelijke feestdagen." Maar hier rijst de vraag: kan

Sluiten