Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Toelichting op het welsontwerp-Ruys de Beerenbrouck, die o.i. een juiste basis aangeeft voor een nieuwe wet, en waaruil wij eenige zinsneden aanhalen:

„De sociale beieekenis van de Zondagsrust is door den weigever in den laaisien tijd volkomen erkend....

De Regeering kan zich dus, nu een herziening van de geheel verouderde Zondagswet van 1 Maart 1815 meer en meer urgent is geworden, bepalen lol een voorstel dal uitsluitend de godsdienstige zijde van hei vraagstuk betreft.

Van de Overheid kan mei grond verwacht worden, dai zij zelve bij het inrichten en regelen van den publieken dienst hel goede voorbeeld geeft en dal zij voorts maatregelen treft, welke voorkomen dat de wijding van den Zondag buiten bepaalde noodzaak worde verstoord, welke de mogelijkheid van vervulling van godsdienstplichten in den ruimsten zin bevorderen, welke eindelijk tegengaan, dat aan de ontspanning van sommigen de rust van anderen worde opgeofferd. Dat de Overheid in deze, wil zij haar bevoegdheid niet overschrijden, hare taak moet beperken lot den openbaren dienst en het openbare erf, ligt voor de hand.

De behoefte aan doeltreffende regeling is juist door wal men zou kunnen noemen den vrijen socialen Zondag veel nijpender geworden. Immers dientengevolge zal het aantal dergenen, wien op dien dag vrijstelling van arbeid wordt gewaarborgd, belangrijk toenemen en onder dezen zullen uil den aard velen zijn, die aan den Zondag eene bestemming geven, welke anderen in hel gareel brengt.

De in latere jaren in sommige bedrijven en dienstvakken ingevoerde vrije Zaterdagmiddag heeft in zooverre beteekenis voor het doel, in dit wetsontwerp beoogd, dat daardoor de regeling van de materie

Sluiten