Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het Kabinet Pierson-Goeman Borgesius. Nu wij zoover van dat Ministerie afstaan, dat het bijna geschiedenis is geworden, dat wij er bijna objectief over kunnen spreken, nu geloof ik te mogen zeggen, dat de algemeene meening op dit oogenblik over het kabinet PiersonGoeman Borgesius van 1897 tot 1901 deze is, dat het voor ons land van groot nut is geweest. Ik sprak daar van de Liberale partij tegen een gecoaliseerde rechterzijde. Laat ik zeggen, dat gedurende het Kabinet-Pierson van 1897 tot 1901 in het parlement als het ware een wapenstilstand bestond. De liberalen, het is waar hadden de meerderheid, maar de rechterzijde had zich over het Kabinet niet te beklagen en het Kabinet had zich over de rechterzijde allerminst te beklagen. Dit Kabinet heeft aan Nederland gegeven de eerste groote sociale wetten. Ik moet een uitzondering maken; daar was de eerste Arbeidswet van den Minister Ruys de Beerenbrouck, (den vader van den door ons gekenden Ruys de Beerenbrouck) uit het Kabinet-Mackay, van 1889, maar daarna zijn de eerste groote sociale wetten van beteekenis van het Kabinet-Pierson. Ik noem de Woningwet, ik noem de wet ter verzekering tegen ongevallen, verder de bekende Kinderwetten, ik noem op het gebied van de defensie de afschaffing van de plaatsvervanging. Ik ben zooveel ouder dan de meesten Uwer, ik herinner mij de spectakels die er geweest zijn toen vroeger de Minister Bergansius de plaatsvervanging had willen afschaffen, wat hem niet gelukt is en wat thans aan dit ministerie gelukte. En als ik de sociale wetten noem welke op dit oogenblik algemeen als goede sociale wetten gelden, durf ik ook te noemen, al wil ik objectief zijn, de Leerplichtwet. Want het is volkomen waar, dat die wet aangenomen is met slechts één stem meerderheid (links tegen rechts), maar tal van rechtsche ministeries zijn daarna aan de Regeering geweest en er is nooit een rechtsch Ministerie geweest, dat op het denkbeeld is gekomen om de Leerplichtwet te verzachten, laat staan af te schaffen.

Nu zou ik mij veel te diep in de beweegredenen van ons politieke leven, vooral uit dien tijd, moeten begeven om uiteen te zetten hoe het komt dat in 1901, dat is vier jaar later; (U weet de Kamer zit voor vier jaar, dus om

Sluiten