Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vier jaar heeft men verkiezingen voor de Tweede Kamer,) die meerderheid omgeslagen is tot een meerderheid van rechts en zelfs een groote meerderheid van rechts en dus het Kabinet-Pierson is weggevaagd. Laat ik er alleen dit van zeggen, in de eerste plaats dat de coalitie van de drie rechtsche partijen in haar verkiezingstaktiek, hoe langer hoe beter georganiseerd begon te worden, dat men de candidaten over de districten, want wij hadden nog niet de evenredige vertegenwoordiging, maar het districtenstelsel, precies uitkoos, die het zouden kunnen winnen van de liberalen. Maar daar komt in de tweede plaats bij, dat een Ministerie hetwelk ik U zooeven noemde, dat met dergelijke wetten komt, duur is. Men moet natuurlijk nemen het woord „duur" uit den tijd van 1897 tot 1901 en niet van dit oogenblik, want dan zou het buitengewoon goedkoop zijn. Een dergelijk Ministerie is duur en dus vanzelf maakt het wat men noemt vuile wasch in die vier jaren, dan krijgt het vele kiezers tegen zich. Maar hoofdzaak was de veel betere organisatie van de rechterzijde onder de geniale leiding van Dr. Kuyper zelf, die in 1897 nog heel veel te wenschen had overgelaten. De rechterzijde kreeg de meerderheid in 1901 en natuurlijk werd de opdracht gegeven tot Kabinetsformatie aan den geniaalsten leider, dien de rechterzijde gehad heeft, aan Dr. A. Kuyper. Ik heb zelf wel eens gezegd, dat over 50, 75, 100 jaren men misschien slechts twee politici in Nederland uit dien tijd zal noemen, behalve het Oorlogsministerie dat als het ware blijft leven, namelijk Kuyper en Troelstra.

Het was gedaan in het Parlement met de rust en den wapenstilstand waarvan ik zoo even sprak, het was uit met het betrekkelijk tevreden zijn van de Kamer, de tevredenheid van de minderheid tegenover de meerderheid.

Fel laaide de strijd op in 1901 tusschen de meerderheid van de rechterzijde, Kuyper en de zijnen, Schaepman en de Katholieken en van de Chr. Historischen onder de Savornin Lohman en aan den anderen kant de liberalen die in de minderheid waren. Kuyper wenschte die scherpte, Kuyper wenschte de scherpe afscheiding, die wenschte willens en wetens wat hij in zijn Standaard

Sluiten