Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duwzijde van dat evenredig kiesrecht, wij zien hoe geen band meer bestaat tusschen een kiesdistrict en de gekozenen; wij zien hoe eigenlijk vier jaar ‚Äěpublic spirit" in politiek in wezen dood is. Wanneer er een Kamerlid dood is van zekere partij dan komt er een andere mijnheer van dezelfde partij, die op de lijst op den overledene volgt en die de plaats van dat Kamerlid inneemt al is hij ook een totaal onbekende voor de kiezers.

De eerste verkiezingen onder dat nieuwe kiesrecht hebben plaats gehad in 1918. De oorlog was toen nog niet uit; de rechterzijde kreeg toen de meerderheid. Dat was vooruit te zien, want het passen en meten in verschillende districten of men daar een anti-revolutionair of een christelijk-historischen candidaat dan wel een Katholiek zou zetten kwam niet meer te pas; iedere partij stemde en het totaal stemmen dat uitgebracht was op iedere partij in het geheele land, was grondslag voor het aantal zetels, dat iedere partij toekwam. Men kon dus vooruit voorzien, dat de rechterzijde de meerderheid zou krijgen en dat is nog sterker te voorzien geweest toen in 1922 het vrouwenkiesrecht zijn intrede had gedaan.

In 1918 trad een rechtsch Ministerie op, het MinisterieRuys de Beerenbrouck, dat onmiddellijk te kampen had, maar die kamp was gauw beslecht, met de revolutionaire woelingen, het grijpen naar de Staatsmacht, welke de sociaal-democraten, een oogenblik althans een deel van hen nuttig toe scheen te probeeren. Ge zult U herinneren en als U het zich niet herinnert, dan zult U het in deze dagen in de couranten gememoreerd hebben gezien, dat daarop is gekomen de jubelende ontvangst van de Koningin in het Malieveld door als het ware het geheele volk, en hoe die heele geschiedenis van dit min of meer mislukken van den staatsgreep heeft geleid tot het oprichten van den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm, waarvoor het Kamerlid Duymaer van Twist zich zoo verdienstelijk heeft gemaakt. Dat Ministerie Ruys de Beerenbrouck heeft geregeerd niet korter dan zeven jaren. Het heeft dus de verkiezingen van 1922 overleefd. Het heeft wel in 1923 zijn ontslag moeten indienen, omdat de z.g.n. Vlootwet was afgestemd, maar die crisis, ook een heel moeilijke Kabinetscrisis, is daarmede ge-

Sluiten