Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nenkomen in die dagen en men kende de atmosfeer van de Kamer, dan zou men hebben aangevoeld de totaal andere atmosfeer dan die er was in de jaren 1901 tot 1905 en 1909 tot 1913. Die antithese was eigenlijk dood, al werd haar nog voortdurend vooral door de pers leven ingeblazen. Zooals ik al zeide, door de Lager Onderwijswet-de Visser was de schoolstrijd van de baan, maar daar kwam nu nog iets bij. Andere zorgen hadden Regeering en Parlement getroffen, andere zware zorgen drukten op Kroon en Regeering: de economische en financieele crisis. De wereldcrisis had haar intrede gedaan in 1929. Dat was een crisis, die niet te vergelijken is met de crises van 1875, 1882 en van 1907. Dat was een conjunctuur-crisis, die lang zou duren en nog voortduurt. Het spook der werkloosheid was opgeroepen en dat spook is niet meer verdwenen sindsdien en zal ook in afzienbaren tijd helaas niet verdwijnen. Voor die crisis kwam het Kabinet-Ruys de Beerenbrouck al dadelijk te staan.

Toen in 1933, vier jaar later, weer verkiezingen plaats hadden, toen was de crisis wel zoo wat op z'n felst. Weer kregen de drie partijen der rechterzijde de meerderheid. En het is te begrijpen, dat de Kroon in deze omstandigheden riep een man, die ook op economisch en financieel gebied zijn sporen had verdient. Dat was de heer Colijn. De heer Colijn had zijn sporen verdiend in dienst van internationale conferenties, in menige conferentie ook in Genève.

Dat is het Kabinet van 1933, waarbij Minister Colijn voor het voetlicht trad met een Kabinet waarbij hij een nieuwen weg had ingeslagen, eenigszins zooals de heer de Geer had ingeslagen in 1925. Men sprak van het Kabinet van de breede basis, van een nationale politiek, van een nationaal Kabinet, want in dat Kabinet-Colijn zaten ook mannen van vrijzinnigen huize. Dat Kabinet, van 1933 tot '37, leefde in een atmosfeer van economische en financieele debatten. Om devaluatie werd geroepen door de tegenstanders van het Ministerie. Devaluatie, dat zal ons brengen, in navolging van wat Engeland gedaan had, dat het pondsterling, van wat Roosevelt gedaan had, die de dollar heeft laten vallen, dat zal ons brengen eene herleving en opleving van den handel.

Sluiten