Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Ministerie stelde zich daartegenover. Het ministerie wenschte de munteenheid angstvallig te bewaren en te bewaken. Helaas, het ministerie is, zooals U weet, nu juist twee jaar geleden, in September 1936, genoodzaakt geweest tot devaluatie over te gaan. Ik was juist met onze Volkenbonds-Delegatie in Genève, toen de boodschap kwam, dat de Gezant in Bern een onderhoud moest hebben met den Zwitserschen Bondsraad. Het gevolg is geweest dat de twee eenige landen, die nog met ons aan het goud vasthielden, Frankrijk en Zwitserland, het loslieten, waardoor het voor Nederland onmogelijk was om in zijn eentje den gouden standaard te handhaven. Toen is die devaluatie gekomen. Die devaluatie, waarvan sommigen zich gouden bergen beloofden, heeft hier en daar eenige opleving gebracht, maar aan den anderen kant is die opleving op dit oogenblik alweer verzwakt, om niet te zeggen afgestorven.

Het Kabinet Colijn had misschien in het jaar 1937, dat is verleden jaar, toen er weer verkiezingen kwamen, die een rechtsche meerderheid gaven, bestendigd kunnen worden, maar den eenmaal door Minister Colijn ingeslagen weg heeft het helaas verlaten. Of het vrijwillig is geweest, ik laat het in het midden, maar dit weet ik wel, dat onder die drie partijen van rechts, die de meerderheid kregen, een sterke strooming was die nu eischte een „positief Christelijk" Kabinet. Daaraan is toen voldaan al is er tenslotte nog één Minister die den naam had liberaal te zijn, ingekomen. In plaats van een gemengd Kabinet is het tegenwoordige Kabinet-Colijn een „positief Christelijk" Kabinet.

En hiermede ben ik gekomen tot de politiek van het heden. Daarmede is alles wat ik geschiedenis durfde noemen vervallen, en ik durf nu ook niet verder te beweren dat ik objectief kan zijn, al heb ik het zooveel mogelijk getracht. Maar dit weet gij allen, dat de strijd over de middelen om de financieele en economische ellende te bestrijden voortduurt; dat het Ministerie staat op zijn standpunt: zooveel mogelijk aanpassing; dat geëischt wordt van het Ministerie door de oppositie in de eerste plaats door de sociaal-democraten, die een geheel „Plan van den Arbeid" hebben ontworpen, het uitvoeren van groote werken; dat de Regeering tot het uit-

Sluiten