Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de Koningin de regeering aanvaardt, kennen wij aan openbare middelen van verkeer: stoomtreinen, -trammen en -booten, paardentrammen en omnibussen, mitsgaders aapjes. De hoogste snelheid, voor een dezer verkeersorganen te bereiken, was die van 90 K.M. per uur, in art. 86 van het Reglement voor de dienst op de spoorwegen bij uitzondering en onder de noodige waarborgen toegelaten voor sneltreinen, enkel voor reizigers lste klasse of voor reizigers 1ste en 2de klasse, postrijtuigen en bagage.

Voor privé-gebruik zijn er de landauers en Victoria's, coupé's en vigelantes, brikjes, tentwagens en tilbury's, alle met een of meer paarden bespannen, en — voor grootere gezelschappen, bij feestelijke gelegenheden, ge» lijk de naam het reeds aanduidt — de Jan Pleiziers. OöR voor pleizier, of voor sport, dienden de vélocipèdes, die in het laatst der vorige eeuw nog in haar eerste opkomst waren.

Behalve een aantal van deze rij- en voertuigen bewogen zich wat vrachtwagens en huifkarren langzaam over de landwegen. Druk was het er niet en het tempo bleef uiterst bedaard. Trouwens, het allerminst modern plaveisel was op snelverkeer in het geheel niet berekend en vele tollen, veerponten, wankele smalle brugjes, gevaarlijke bochten en bedenkelijke vernauwingen, vooral in bebouwde kommen, vormden even zoovele ernstige obstakels.

Dorpsherbergen of uitspanningen, gemeenlijk voorzien van een „doorreed", waar de paarden, die het verdiend hadden, de haver kregen en hun dorst konden lesschen, vormden de aloude pleisterplaatsen, ook voor de handelsreizigers, die er soms voor dagen hun leger opsloegen, de gelagkamers met hun grappen vervullend, om van daaruit per tilbury, de koffers achterop, den omtrek af te reizen. Inmiddels stond de hoefsmid gereed om het beslag van de paarden naar den eisch te verzorgen in zijn kleine wereld vol van tegenstellingen: vonken, spattend van het aambeeld, rookwalmen bij de blaasbalg, hevige mokerslagen op het gloeiende ijzer, en dat alles in de schaduw van een zoet geurende vlierstruik en een rijk bloeienden kastanjeboom.

Zoo reisde en handelde men, zoo kwam de stedeling

Sluiten