Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den ontwerper der laatste wordt te beter gekend uit de toelichting, door hemzelven daaromtrent gegeven.

»Het liberalisme", zoo zegt hij, «huldigt en eerbiedigt iederen vorm, waarin het absolute wordt nagestreefd, maar het bestrijdt elke poging om den neutralen rechtsstaat dienstbaar te maken aan een kerkelijke party of hem te verlagen tot onderhoorigheid van eene kerk, welke dan ook."

Hij neemt aan, dat het ook voor de liberale partjj noodig kan zijn den strijd tegen de socialisten aan te binden, voor zoover dezer denkbeelden in geen enkelen Staat kunnen verwezenlijkt worden, of wel tegen de conservatieven, al telt hunne partij slechts drie Kamerleden; maar hij heeft den strijd tegen de kerkelijke partijen op den voorgrond gesteld, „omdat de liberale partij van die partijen door een afgrond is gescheiden." „De toepassing hunner beginselen", zoo verzekert hij, „brengt den rechtsstaat in gevaar; daarom staan wij vijandig tegenover hunne beginselen". „Als het noodig is, dat de strijd wordt gevoerd, moet men zich niet ontzien het te zeggen. En vooral in de gegeven omstandigheden is het noodig den strijd af te bakenen."

Hoe dikwijls het ook moge gezegd zijn, dat zij, die der antimoderne levensbeschouwing zijn toegedaan en als leden der anti-revolutionaire partij in of buiten de Kamer optreden, niet door leeraars of geestelijken van welk kerkgenootschap ook, willen worden beheerscht, maar alleen door den Geest Gods, den Heiligen Geest, dien onze Heer en Zaligmaker zijnen volgelingen heeft toegezegd, die in de waarheid leidt en die de wereld overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, verlangen te worden bestuurd en voortgedreven, gaat men echter steeds^ voort — en ook de heer Levy doet het — hen met den naam van clericalen of kerkelijken te bestempelen.

Voor zooveel met dien naam voortaan niet anders bedoeld wordt dan eene onderscheiding van degenen, die de moderne levensbeschouwing aankleven en zich met den schoonen naam van liberalen versieren, kan er vrede mede genomen worden, dat de antirevolutionairen als kerkelijke of clericale partij worden aangewezen, en wil ook ik dit woord, eenmaal in het staatkundig leven onzer dagen burgerrecht verkregen hebbende, voor hen doen gelden: doch niet dan onder uitdrukkelijk verzet, dat daardoor het onderscheid tusschen antirevolutionairen en Roomsch-Catholieken, die eveneens eene kerkelijke partij genoemd worden, zoude weggedacht en de beginselen, de rigting en het streven der eenen met die der anderen zouden worden vereenzelvigd.

Het zij dan al of niet bij eene kerkelijke partij ingeljjfd,

Sluiten