Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Nederlandsche antirevolutionairen, voor den Heer Jezus Christus als. het Hoofd van alle Overheid en Macht zich buigende en bij hunne strijdleus: „Tegen de Revolutie het Evangelie," het eeuwig blijvend Woord van God als eenig zwaard willende gebruiken, blijven afkeerig van alle clericalisme en niet minder dan de liberalen, betwisten zij der Kerk en haren dienaren de macht om over den Staat te heerschen, dezen hunne bevelen of voorschriften te geven, of te vorderen, dat elke opvatting des Staats reeds enkel omdat zij met die van eenige *Kerk in strijd geacht wordt, worde prijsgegeven.

Tot het hulde brengen aan iederen vorm, ook den meest heidenschen, waarin het absolute wordt nagestreefd, kunnen de antirevolutionairen, die alleen den Heer Jezus Christus als den Weg, de Waarheid en het Leven erkennen, zich bezwaarlijk verbinden, al wenschen zij ieders vrijheid om voor zich den vorm van Godsvereering te kiezen, die hem de waardigste en meest betamelijke toeschijnt, ongedeerd te laten; maar zij hebben overigens geene bedenking tegen den eisch van den heer Levy of het liberalisme, dat strijd gevoerd worde tegen elke poging, om den Staat dienstbaar te maken aan eene kerkelijke partij, of hem tot onderhoorigheid van eenige Kerk te verlagen. Zij durven zelfs in dit opzicht nog eenen stap verder gaan, door te stellen, dat de Staat niet dienstbaar mag worden gemaakt aan eenige partij, zelfs niet aan de liberale, noch hij ,"in zijnen goddelijken oorsprong, behoort te worden vernederd tot een of tot het werktuig van de Kerk van het ongeloof, van Godverzaking en Christusverloochening.

Na al de verzekeringen, daaromtrent reeds herhaaldelijk gegeven, behoeft het voor niemand meer twijfelachtig te zijn, dat de antirevolutionairen, afkeerig van allen gewetensdwang geene inbreuk op de gewetensvrijheid van anderen verlangen; dat zij evenmin het herstel van de oude Gereformeerde of de vorming van eenige nieuwe Staatskerk nastreven, en alle belijders van de verschillende godsdiensten in de hun eenmaal verleende staatkundige rechten en vrijheden wenschen te handhaven; met den eisch echter dat ook hunne rechten worden geëerbiedigd, en tegenover hen geen ongelijke maat en gewicht gebruikt worden.

Het liberalisme heeft gedurende de geheele eeuw te zeer in Kerk en Staat den staf gevoerd, dan dat het geene moeite kosten zoude één voorbeeld aan te wijzen van pogingen, in tegenovergestelden geest aangewend.

Wanneer niet te min de heer Levy, na eerst een grondwettelijk verzet met woord en daad te hebben aange-

Sluiten