Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot verwezenlijking van het alleen in Christus en naar zijn Woord bereikbare droombeeld eener algemeene verbroedering heeft de wijsheid der 19» eeuw uitgedacht eenen rechtsstaat, waarbij de mensch alleen zoude bepalen wat recht was en, opdat ook het twisten over God eens voor goed een einde hebben zoude, Hg zelf voor altijd zoude zijn buitengesloten, geen recht van God zoude behoev.en of behooren te worden erkend noch op zijn Woord gelet.

Onder die raadselachtige, alleen door Gods Woord verklaarbare lotsbedeeling over Israël, zag men een volk, over al de einden der aarde verspreid, met behoud van zijne nationaliteit en al zjjne volkseigenaardigheden voortleven zonder vaderland; men meende nu ook dat eene Kerk wel mogelijk ware zonder Woord, een Christendom zonder Christus, eene school zonder Bijbel, een rechtsstaat zonder God en goddelijke wet.

Het zij men de Profeten geloofde of niet geloofde, men sloot eenvoudig overal het oog voor het Boek, waarin hunne uitspraken bewaard waren en luisterde niet meer naar hunne stem.

Al had Mozes geboden:

»Deze woorden zullen in uw hart zijn en gij zult ze uwen kinderen inscherpen;"

en de Heere Jezus Christus, het zegel drukkende op alle profetiën, gezegd:

«Onderzoekt de Schriften; predikt het Evangelie; komt, gij en uwe kinderen, komt allen tot Mij; zonder Mij kunt gij niets doen;"

al had God zelf bij monde van de" Profeten gesproken: «Ik ben de Heere uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland; en er is geen Heiland behalve Mij;"

en Christus van zich zeiven onder Israël getuigd: nWie Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien;" al had Jeremia tot Gods uitverkoren volk geroepen: »Hoort het woord, dat de Heere tot ulieden spreekt, o huis Israëls:

leert den weg der heidenen niet; maar de Heere God is d e Waarheid; Hij is de levende God en een eeuwig Koning;"

en de Heere Jezus, sprekende: nik ben d_e Waarheid, het Leven en de Opstanding," zich een K o n i n g genoemd, wien alle macht gegeven is in hemel en op aarde;

al had David geroemd over Gods rechten, die steeds vóór hem waren; en Jeremia geklaagd:

«Zelfs een ooijevaar aan den hemel weet zijne gezette tijden; maar mijn volk weet het recht des Heeren niet; het zijn zotte kinderen en zij zijn niet verstandig;"

Sluiten