Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfstandige macht naast zich te plaatsen, slechts zijnen eigenen ondergang bewerken; door het onderwijs uit zijne banden te geven, slechts aan het clericalisme een oorlogswerktuig toevertrouwen ter bestrijding van het humanisme en ter onderhouding van de kennis der goddelijke openbaring, waarmede het gezag van eiken clerus staat of valt; door volledige vrijheid van godsdienst te verleenen, slechts anarchie in het leven roepen ; door alle godsdienstbezwaren te eerbiedigen slechts vrijheid scheppen om, bij veroordeeling van oorlog of schouwburg, de belastingen te weigeren, die beiden zullen moeten bekostigen. Daarom mag in den modernen Staat de godsdienst niet vrij zijn; alleen de belijdenis der metafysika zal vrij wezen.

Politie zou noodig zijn om de clericalen uit elkander te honden, zoodra het oogenblik aanbrak, waarop zij er ernstig aan konden denken om de souvereiniteit van den Staat onder elkander te verdeelen, of voor een hunner fractiën te monopoliseeren. Want als de moderne Staat is gevallen, zullen Calvinisten en Catholieken, tuk op den buit, elkander te ljjf willen. En wie zou dan de dienders aanstellen ? Neen, als de Christenen elkander zouden opeten, — zullen zij, die door den modernen Staat gevormd, slechts menschen willen zijn, het verhinderen door geheel den toon, dien het bun inmiddels gelukt zou zijn aan de openbare meening te geven.

Daarom moet reeds nu het gemoed wakker worden voor de gevaren, waarmee het clericalisme zoo veel van hetgene ons lief is bedreigt; voor de verwoestingen, die het reeds aanricht; voor den waarheidszin, dien het onderdrukt.

Onverschillig of de heer Pierson, bij zijne door allerlei wind van leer rusteloos en altijd verder voortgedrevene geestesrichting, na tien jaren nog aan deze schets van de roeping des modernen Staats tegenover de beweerde gevaren van het clericalisme en de voorgespiegelde weldaden van het humanisme zoude wenschen gebonden te zijn, lijdt het geenen twijfel, dat velen daarmede geheel instemmen. De levensbeschouwing van den eersten is die van allen, die weigeren eene Godsopenbaring aan te nemen en die, brekende met elk kerkgeloof, het heil van de maatschappij en het bestuur van den Staat alleen wenschen te doen rusten op de grondslagen, die de mensen zelf, losgemaakt van den levenden God en zichzelven eenen God zoekende en vormende, zal uitdenken.

Zij is het nog van den heer Levy en van de mannen der liberale Unie, die geen ander beginsel, geen andere basis van werkzaamheid voor zich begeeren dan strijd, onverzoenlijken strijd tegen het clericalisme.

Sluiten