Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het spreekt van zelf, dat onder hen, die dan gezegd zullen worden de richting van het humanisme te vertegenwoordigen, in den beginne vooral, zich nog vele schakeeringen zullen vertoonen.

Men moet natuurlijk beginnen met alles te beproeven om zooveel mogelijk aan de clericalen afbreuk te doen, en zal om die reden, onder het kiezen van den minsten aanstoot of argwaan gevende woorden, vermijden, het einddoel, waarnaar gestreefd wordt, waarvan velen trouwens zelfs zich nog niet helder bewust zijn, te bepalen. Velen zullen hierdoor worden verleid, en omdat zij zich niet meer met de bestaande kerkvormen vereenigen kunnen, zonder nog elk kerkgeloof te hebben afgelegd, liever, bekoord door den schoonen naam van humanist — wie wil niet gaarne mensch zijn? — zich bij het leger der humanisten aansluiten, dan met den hatelijken naam van clericalen, van formulierknechten, van dompers en duisterlingen te boek te staan. Hoe veel liefelijker klinkt het niet lichtvrienden te heeten, of gezegd te worden met den mensch betamende vrijheid en zelfstandigheid nit de ethiek de dogmatiek op te sporen, en intusschen den vrede met alle menschen, ook met hen, die de slagorden des levenden Gods honen en met den barmhartigen Hoogepriester spotten, te bewaren en na te jagen!

Maar even als op de school, zoodra het gebed gestaakt, het Bijbelboek gesloten en van God en den Heere Jezus Christus gezwegen werd, wat daar nog van godsdienst was overgebleven, allengs te niet ging, kan het niet anders of van een werk, een verbond, eene Unie, eene partij, die beginnen met den levenden God de gehoorzaamheid, den eerbied en den dienst op te zeggen, met het verlossingswerk van den Man van smarte te versmaden en de wedergeboorte van den mensch nit den Heiligen Geest overtollig te achten, de grondtoon eindelijk wezen moet: Weg met den levenden God! Weg met het Evangelie! Weg met den Christus! Leven Lassalle, de Chaos en het Niet!

Van het humanisme, door de moderne levensbeschouwing voor den Staat en de maatschappij begeerd, tot het nihilisme kan de afstand niet verre zijn. Beiden zijn vruchten van denzelfden boom. Verwerp de Profetiön, het Woord van God, het Evangelie; keer in uw hopen, uw zoeken, nw dienen den rug toe aan Christus en zijn kruis; — en, zoo zeker als Hij leeft, gij snelt naar den afgrond. Er is geen andere Heiland dan Hij. Niemand heeft Hem wederstaan en vrede gehad.

Wat ons, clericalen, van het humanisme en den modernen Staat wacht, bleek reeds nit hetgene nit de levensbeschon-

Sluiten