Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwijderen, hiervan boude zich echter ieder verzekerd, dat hij stuiten zal op den tegenstand der clericalen, en dat in dien strijd alleen de Heer, de Machtige Jacobs, die onze hulp en sterkte is, overwinnen zal.

Met da Costa zij hier aan iederen vijand van Gods openbaring, van Christus en zijn Evangelie toegeroepen:

'k Zal geen stoutheid u betwisten, Werpen op uw hoofd geen blaam;

Maar de toekomst hoort den Christen, Maakt gii aanspraak op dien naam?

Wie dien voert, hij gaat te raad Met geen wijsheid dezer aarde! 't Woord, dat God eens openbaarde,

Is de rots, waarop hij staat. Tegen de Eeuwleus: „zelfvolmaking!" (Tégen Rome's Schriftverzaking)

Antwoordt zijn banier: „Gena!" Aller wereldsmerten slaking

Gaat hem op uit Golgotha!

Ja, op Golgotha onthuld Staat ook 't raadsel dezer dagen! Op den bodem aller vragen

Ligt des werelds zondeschuld. Waart ge in staat die weg te dragen, Menschenkindren , aardsche goón ? Zoo bestijgt den zegewagen —

Maar zoo niet, aanbidt den Zoon.

En venwacht het heil van Hem, Grooten, kleinen, zondaars, volken! In dat kraken Zijner wolken

Dreigt een oordeel, roept een stem. Dat Hem alles hulde geve,

Hymnen brenge, knieën buig'! Hem, den Richter! — de aarde b e v e!' Hem, den Koning! — de aarde juich'!

Plascht het tranen, ruischt het bloed Dondren woede en lasterkreten? God als Koning is gezeten

Over d'opgezetten vloed. Wederkaatst door hemelpsalmen,

Antwoordt uit het heiligdom,' Midden onder de onweersgalmen,

't Jongste woord zijns Woords: Ik kom!

Sluiten