Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steld, dat de diepste grond van Gods openbaring aan menschen kan genoemd worden, en waarop wij al onze aandacht moeten vestigen.

Abraham komt in het land der belofte. Hij wordt rijkelijk gezegend; maar de vervulling der voornaamste belofte: die eener nakomelingschap, blijft hem ontbreken.

Er verloopen een, twee, drie, vijf en meer jaren, maar Gods belofte wordt niet vervuld. De echtelieden hebben ongetwijfeld elkander bedenkelijk aangezien, en wellicht heeft Sara eindelijk aan Abraham moeten verklaren: dat thans alle hoop om moeder te worden was verdwenen!

Peinzend zien wij den Godsman daarheen gaan. Zal hij ook nu nog op Gods belofte kunnen hopen ? Zal hij ook nu nog daarop kunnen pleiten? Of moet hij zich bereiden om z\jn hoogsten wensch ten offer te brengen ? Zal de zoon van zijn huisverzorger Eliëzer ook wellicht zijn erfgenaam zijn ? Diepe weemoed vervult zijn gemoed.

Maar in de stilte van den nacht hooren wij den Almachtige tot hem spreken: Abraham 1 vrees niet, Ik ben uw schild, uw loon zeer groot! — O ja, dit erkent Abraham, de Heer was zijn schild geweest in tallooze gevaren, en overvloedige zegen was hem geschonken. „Maar," hooren wij hem zeggen, ,/Heere! wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga. Zie, Gij hebt mij geen zaad gegeven, en de zoon van mijn huisverzorger zal mijn erfgenaam zijn."

„Neen", is het goddelijk antwoord, ,/deze zal uw erfgenaam niet zijn, uw eigen zoon zal uw erfgenaam zijn. Zie opwaarts naar den hemel, en tel de sterren, zoo gij die tellen kunt; alzoo zal uw zaad zijn!"

Goddelijke vreugde daalt in het hart van Abraham; hij gelooft hét ongeloofelijke, en de vrede Gods vervult zijn gemoed.

Maar nu, welk een onzaglijke ontdekking voor hem en voor ons: dit geloof, dat God waar is en de aigenoegzame vervuiler van al zijne beloften, wordt hem tot rechtvaardigheid gerekend.

Sluiten