Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, dit bedriegelijk kleed van een Christendom zonder den Geest van Christus moeten wij onszelven en ook anderen trachten te ontnemen, omdat het een valsch Christendom is zonder goddelijk leven, zonder de bestraling van den Heiligen Geest en zonder de vruchten des Geestes, zonder welke geen Christendom bestaat.

Daarom moet het wel innerlijk krachteloos zijn, ofschoon het soms met uiterlijk vertoon van macht kan optreden.

Het goddelijke, in Gal. VI vs. 22 beschreven, kan alleen het ongoddelijke tegenstaan en vernietigen.

Goddelijke macht heeft de vredemaker ontvangen; maar deze macht verliest hij, indien de bestraling des Heiligen Geestes niet onophoudelijk wordt begeerd, en de vermaning desHeilands wordt vergeten: „Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt."

Neen, waarlijk, van geen schoone denkbeelden, van geen fantastische idealen wordt hier gesproken, maar van een goddelijk beginsel en van een onuitroeibare levenskracht.

Maar, laat het ons herhalen, deze oneindige macht, ons door Gods genade in Christus geschonken, is immer afhankelijk van onze gemeenschap met de Fontein des levens ; houden wij op daaruit leven te ontvangen, kunnen wij het buiten Hem stellen, dan staan wij weder met onze bedorven natuur alleen en zijn machteloos. — Daarom is de apostolische verklaring zoo alles beslissend: „Die den Geest van Christus niet heeft, komt Hem niet toe."

De heerlijkheid van het Christendom vordert deze nadrukkelijke bepaling.

Ontzaglijk woord des Heilands: „Die in Mij niet blijft, is buitengeworpen!"

De vredemaker moet een Christen, dat is een met den Heiligen Geest gezalfde zijn; en daarom is er een gedurige zelfbeproeving noodig, of de grondwet van het koninkrijk Gods in hem leeft.

Sluiten