Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

» Art. 4. De toelichtende memorie, de begrooting van kosten en het letterschrift op de teekeningen, moeten door eene andere hand geschreven zijn dan die der ontwerpers; en zoo het blijken mogt, dat in deze anders gehandeld ware, of iemand zich op de eene of andere wijze als de vervaardiger of ontwerper der ingezonden stukken kenbaar gemaakt had, zoo zal deze — al mogt ook zijn ontwerp bekroond worden — van den prijs verstoken blijven.

»Art. 5. Het bekroonde stuk blijft het eigendom van het hoofdbestuur der vereeniging Het Metalen Kruis.

»Art. 6. De niet bekroonde stukken en het ontwerp, waaraan een acdésèit mogt te beurt gevallen zijn, zullen, tegen het in art. 2 vermeld kennèngkè teeken op het naambriefje, aan de belanghebbenden wbtSen teruggegeven; mits die terugvordering geschiede binnen het jaar na den dag der bekrooning.

»Art. 7. Die terugvordering binnen dien tijd niet plaats hebbende, zal het hoofdbestuur voornoemd met die stukken handelen, zoo als het vermeenen zal te behooren, na advies en overleg met de kommissie van beoordeeling.

»Art. 8. In verband met art. 5 zullen er vóór de onthulling, bij de algemeene reünie der afdeelingen van Het Metalen Kruis, in Augustus 1856, geene afdrukken, afgietsels of teekeningen van het gedenkteeken mogen worden verkocht, zonder speciale authorisatie van het hoofdbestuur.

» 's Giuvenhagb , 21 Duccnibcr 1854.

Namens liet Hoofdbestuur der Vereeniging: Hel Meialen Kruis,

(W.ff.) W. A. ScHIMMELPENNINCK VAN

der Oye, Tice-Presidenl. G. Falck, le Secretaris."

Zestien kunstenaars dongen naar den prijs en uit eene bekendmaking van het

hoofdbestuur, gedagteekend 21 Mei 1855 bleek, dat de kommissie bij besluit van Z. M. den Koning ter beoordeeling benoemd , en waarvan de heer D. D. Btichler voorzitter was, met eenparigheid van stemmen besloten had aan het ontwerp n°. 12 den eereprijs toe te kennen. Het hoofdbestuur vereenigde zich ten volle met deze uitspraak, en bij opening vün" iM naambriefje bleek, dat de heer M. H. Tétar van Elven M. Gz. de vervaardiger was, aan wien alzoo de groote gouden med&mê, met het daarbij behoorende diploma werd uitgereikt.

De aanbesteding werd alsnu op 10 Okt. daaraanvolgende bepaald. Negen billetten werden ingeleverd, en de minste inschrijvers bleken te zijn de heeren H. Kooy en A. M. Koepoel (de laatste weleer vrijwllltg lansier bij het regement n". 10), aan wie het werk werd gegund.

Daarop werd de arbeid aangevangen, en wel, ofschoon toevallig, juist op een belangrijken herinneringsdag voor een van de oprigters der vereeniging, daar hij voor vieren-twintig jaren op dien datum, te Utrecht als vrijwilliger de wapens opnam.

Een riiet onaardige episode uit den eersten tijd van het werk moge hier de chronololische opsomming der feiten verlevendigen.

Velen onzer stadgenooten, die in die dagen het omsloten terrein betraden van den Dam, om een blik te werpen op de ontgraven funderingen van de voormalige waag, zagen aldaar een blikken bus met een opschrift : » Voor de arbeiders, die daarvan de helft laten slaan ten behoeve der havelooze k'Meren?

Op zekeren Zaturdag moest die bus geledigd worden. Aan zilver- en kopergeld leverde zij ƒ27.40 in 12 werkdagen uit, en de arbeiders waren bij dc verdeeling gelukkig in de ƒ13.70, die van het hunne afgingen voor de havelooze kinderen; en daarom,

Sluiten