Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Het geld van de bus zal vel door een van de Heeren, die daar verband van hebben, voor de Weduwvrouw en de Kinderen worden uitgezet zoo als 't behoort. Ze zeggen ze zullen daarvoor de welbekende Heer Suringar vragen, want die weet de weg.

«Ook bedanken we wel onze principaal, de Heer W. M. de Bruyn Jr., de aannemer van de fundering voor de Volfcfe geest, — voor zijn hulp, om te maken dat de bus zoo goed liep. — Ook de Politie wordt bedankt, voor 't afkeeren van de jongens zonder centen, om de passasie zuiver te houden voor de goede gevers.

»WqflaJ'en de bufl^die vroeger voor ons was, nu weêr aan zijn eigen distinatie over u. bek end, en tot Augustus toe, in de hope, dat er geen nieuwe ongelukken tusschen beide komen van ziekte of sterfte; — dat is, zoo veul als half voor het nieuive volk, dat 't ook best emplojeren kan; en ha}|. voor de havelooze kinderen van Amsterdam , die 't niet minder benoodigd zijn; en wij recommanderen ze in UEds. gunst. «Amsterdam, 25 October 1855.

I "UEds. onderdanige Dienaren, » De gravers en 't vaste, werkvolk op 't terrein voor 't Gédeiïkteeken aan den volksgeest in ons land in 1830 en 31. ''• ~'™ :N«tnens 'd8ftlv#P-""! (w. g.) Joseph Smaling, Graver* \ (w. g.) G. J. de Bock , Meestetknecht. ? fag,)"ïL. Bleekeb, eerste Knecht."

Belangrijker herinnering dan die waarvan wij straks spraken, verbond zich aan den dag waarop vervolgens de eerste steen gelegd werd, eene plegtigjjejd die zoowel d£4rom-, als om de,<{)!5gz^swaarop zij werd voltrokken, breedvoerige melding verdient. De Amsterdamsche Courant gaf er op de volgende wijze verslag van:

«Heden 10 December werd de eerste steen gelegd aau de fundering van het gedenktee¬

ken aan fan Nedsrlandschen volksgeest in 1830/31. 10 December, een uitnemende dag om te metselen in het hart van Amsterdam , terwijl de eerste winterdos van boomen en daken niet eens noodig was om ons te doen beseffen dat-het vroor, — en de tijd was gekomen om den truweel te laten rusten: —maar ook 10 December, een uitnemende dag voor ieder hart, dat nog hecht aan het amsterdamsche bloed, dat op dien datum warm vloeit voor het|heil van Nederland:— 10 December, .den dag van het sneuvelen van den tweeden der amsterdamsche burger weezgn, die met de gouden epauletten., op de schouderen en het ridderkruis der Militaire Willems-orde op de borst, hun leven gaven voor betblwA hunner geboorte: 10 December, toen de luitenant der, infanjterifl Meyndert Nanning door zijn dood het zegel drukte op de nagedachtenis van den ridder zoo als hjj, zijn tijdgenoot uit hetzelfde gesticht van liefdadigheid, zijn weesbroeder van Speyk!

»Geen wonder dat* in verband met de omstandigheden des' oogenbliks, deze dag gekozen .was., om door een k weekeling uit datzelfde gesticht dien eersten steen te doen leggen aan de gedenkzuil, die in Augustus 1856 op het Damplein, Neêrjfpds volk ter eere, onthuld zal worden bij het zilveren feest van vrede en trouwe, te vieren door de nog overgeblevenen uit het leger van voor 25 jaren.

«De beteekenis dier demonstratie was genoeg om alle uiterlijke ostentatie overbodig, te maken. — De beperktheid van het terrein vejrbpod zelfs aan de afdeelingen van Het Metalen Kruis om geinigen te zijn van die even korte als vaderlandsche plegtigheid, waarbij de vlaggen van Nederland, Oranje en Amsterdam hoog wapperden van .het terrein. — KJokslag een ure, onder het »oog van den kommissaris des Konings, Burgemeester, Wethouders, Gemeenteraad

Sluiten