Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alhier. Yóór het orkest prijkt eene prachtige trofee, waarin het borstbeeld van den veldmaarschalk van 1881 met al de tot zijnen rang behoorende attributen is geplaatst. Ter weerszijden ontwaart het oog de borstbeelden van Koning Willem I en Koning Willem III. Tegenover het orkest, aan het andere uiteinde der zaal, bevindt zich insgelijks een trofee met het wapen van Nederland. Langs de wanden der zaal boven de vensterope* liingen zijn de wapenborden der verschillende gewesten aangebragt, omgeven met festoenen,'der vaderlandsche kleuren, terwijl behalve de nederlandsche en overige vlaggen ook die van vele andere staten en rijken opgehangen zijn.

Na de ontvangst van het hoofdbestuur en van de leden der verschillende afdeelingen, als ook van de ingeschreven feestelingen, vat de heer Pi C. Zillesen, voorzitter der afdeeling Amsterdam, le sectie, het woord op, en houdt de volgende toespraak :

»M. H.!

»In naam van de Amsterdamsche afdeeling der Vereeniging Het, Meialen Kruis, treed ik op om u, die van elders herwaarts gekomen zijl, den welkomstgroet te brengen, die aan het gemeenschappelijk feest, dat ons te zamen voert, vooraf moet gaan. , VMaar moet ik dit welkom, hetwelk zoo hartelijk en welgemeend over mijne.lippen rolt, hij vooHtiuir tot dezen of'genen riglen ? Heb ik hierbij te letten op volgorde van tijd of plaats, van rang of stand, •iarf groot of klein, van nabij of verwijderd * Mijne Heeren, ik begroet u en heet u welkom., als wapenbroeders , als kameraden, als krijgsmakkers van 1830 en 1831, — en dat doet als van zelf terstond alle keuze of verschil van opvolging verdwijnen. Gij zijl herwaarts gekomen , uit alle oorden des rijks, uit Noord- en Zuid-Holland, uit' Groningen en Vriesland , uit alle gewésteh van Nederland; maar zijt gij gekomen als afgevaardigden of vertegenwoordigers van even zoo vele plaatsen, steden of vlekken? Néén, gij zijt gekomen als tolken, van eigen,gewaarwording en overtuiging, als zonen allen van hetzelfde vaderland!

»Amsterdam vereenigt u in dit oogonblik niet om als - hoofdstad, veelmin om als veel vermogende koop• sïiid, voor zich zelve eene hulde van u te ontvangen;' maar als .de meest geschikte gelegenheid en lieLgcmakkelijkste verceuigingspunt, om eene gemeenschappelijke hulde te brengen'. Waaraan? of aan wie? vraagt gij. Broeders! het antwoord op die

vraag ligt in uw eigen hart. Wij zijn te zamen gekomen om een feest van broederschap te vieren op Ncderlandschen grond, om den band die door een tijdsverloop van vijf-en-twintig jaren door lotswisseling, afstand en verwijdering zoo ligt verslapt óf gebroken wordt, op nieuw te versterken en vast te hechten aan vroegere herinnering. Wij zijn te zamen gekomen om op nieuw te verlevendigen en tegen insluimering te behoeden wat eenmaal was eene kracht van Nederland, en op het latere. historieblad zal blijken zijn roem géweest te zijn — den volksgeest van 1830 en 1831.

»Met die gewaarwording, die zeker ook de uwe is, heet ik u welkom, kameraden van vóór 25 jaren ! Of is 't niet ook u als mij levendig voor den geest, hoe toen in het hagchelijk oogéhblik Nederland als een éénig man opstond, geschaard om den troon en gewapend om de veiligheid van den Staat en de eer en welvaart des Lands te verdedigen.

»\Yas er ooit in Nederland een tijd waarin onze natie zulk eene groote mate van zedelijke kracht ontwikkelde, als toen ten dage, toen al de zünêii des lands door woord en daad getuigenis gaven van wat Eendragt vermogt, en hoe gaarne Nederland luisterde naar de stem van Oranje, die het opriep ten strijde. In de gekeele geschiedenis is na'auwclijks het voorbeeld aan te wijzen van eenig volk, bezield met zoo veel trouw en zoo veel vaderlandsliefde als onze natie toen aan Europa kennen deed, en het daardoor dwong , bet klein en onaanzienlijk volk op nieuw in de rij der zelfstandige volken op te nemen.

»Ja, zoo algemeen was de zucht om van gehechtheid aan het Vaderland te doen blijken, dat zij wier arm te zwak'was voor het zwaard; toch als om strijd hunne zonen,, goed en have, en al wat in welk opzigt ook hun dierbaar was, ten offer bragten voor de algemeene zaak.

»Grijsaards,' vrouwen, kinderen, tijken en armen van allen stand, van alle geloof zonder onderscheid, bragten ook alles wat zij konden toe, om de gevaren van het bedreigde vaderland te weren ! Dat was 't wat destijds reeds een tijdgenoot en uitstekend geschiedschrijver, even waar als schoon deed uitroepen : h er één huisgezin, dat geen vader , of zoon gf bloedverwant heeft onder de wapenen? Welke avond neigt hier ter ruste, waarin God niet wordt gebeden , over die dierbaren te waken in hen in lijf- en zielsgevaar met Zijne vleugelen te dekken? Heerlijk inderdaad! Doch, kameraden, aan ubehoef ik dat alles niet in het geheugen terug te roepen, niét meer,te zeggen dan noodig is om bet punt aan te wijzen, waaraan onze tegenwoordige' feestviering zich vast hecht; dit weten'wij, dat het juist de onui'twischhare indrukken van die dagen zijn geweest, die.pns deden besluiten "om na'zóó vele jaren te trachten. diezelfde: gewaarwordingen 'en diezelfde• gezindheid levendig te houden eu^c ;frisch en krachtig aan een volgend geslacht over ic'brcngeh.

li Dit 'ïmmers was* het doel,. hetwelk onze vereeniging- wilde bereiken , niet anders bcoogenderdan «p door vriendschappelijk verkeer tot" voortdurende herinnering'' aan 1 het vroegere krijgsmansleven op te ' Wpltjl.cn, en om in vaiierlandsehen zin, vrij van alle

Sluiten