Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stipte pligtsvervulling, en op het slagveld, te midden van den hevigslen strijd, moet uwe banier het immer standhoudend middenpunt van het geheele leger zijn; - want koninklijke eer hebt gij te schragen!

• Met het eereteeken van hem, die immer voorwaarts ging, kunt gij geen stap terug. Moegelijk sterven of overwinnen is uwe bestemming, want, weet het wel, nimmer mag dat vaandel zinken!

• Uw betoonde moed, uw beleid en trouw doen bet vaderland veel van u verwachten.

• O! M. H., zoo ieder burger en soldaat, ieder vaderlander zijne roeping begrijpt, onze eenvoudige en eerlijke beginselen deelt, niet door vuig eigenbelang verblind, onverschillig wordt voor de gemeene zaak en de regten van zijn vaderland miskent, omdat het niet aan allen, tot vergoeding, geldelijk voordeel ofeerbetooning schenken kan; zoo ieder geeft aan den koning wat i des konings is en Gode wat Gods is, dan zal Neèrlands volk, hetwelk zich thans belangstellend het verledene en het beden voor oogcn stelt, ook de schoonste toekomst verbeiden.

> Dan is na 25 jaren de hoeksteen van het volksgeluk krachtig bevestigd 'en de waarachtige standaard des volks opgerigt.

• En al mogt dan na verloop van gelijk tijdvak bet grootste getal der onzen vruchteloos hier gezocht worden, toch zal men daar nog aan ons als trouwe helpers ten goede denken.

> O! Laat ons voor de dagen die komen zullen vereenigd blijven, onwankelbaar blijven aan de leus , waarvoor wij zooveel in jeugdigen leeftijd ten beste gaven.

> Ons voorbeeld zal dan door onze zonen gevolgd worden, zoo ooit het vaderland hun arm behoeft.

• Dan wijken kleingeestige bemerkingen en verdenkingen die zich nu vertoonden, dan zwijgen jalonsiën, dan rusten de verschillende gevoelens op nevenpnnten en wordt als weleer het vaderland het eenig doelwit van elks beste pogen.

• Dan herneemt de geest, die voor 25 jaren ons bezielde, nieuwe kracht, en een ander geslacht zal in onze plaats te wapen snellen, als de vorst het reept.

»Dan hebben wij onzen pligt gedaan en niet vergeefs geleefd.

• Bij dat besef is het schoon de feesten te vieren, welke in dat plegtig, nimmer wederkeerend uur geopend worden.— Onthoudt daarom dezen, uwen en mijnen dag,

• Na weinig dagen is ieder weder bij de zijnen teruggekeerd, en zal getuigen wat hij zag, hoorde en gevoelde. Hoort eerst hier in deze zaal, die een groot overschot van het leger mag bevatten, de belofte hernieuwd, om tot op den laatsten man trouw te blijven, hier elkander beloofd en toegezegd, hartelijke welwillendheid bij deze féésten en trouwe kameraadschap tot op ons einde hier uit volle borst herhaald de kreet: Leve de KoningV

Ook deze uitboezemirtg van een voor Vaderland en Koning warm kloppend hart wordt luide toegejuicht, en aan's redenaars verlangen voldaan. Daarna wordt door den heer Zillesen aan de vergadering

kennis gegeven, dat de heer Schimmelpenninck van der Oye, lid van het hoofdbestuur, haar eenige woorden wenscht toe te spreken. Dit hoogstvereerende blijk van belangstelling in het feest en in de feestelingen wordt erkentelijk ontvangen. De geachte spreker betuigt aan de afdeeling Amsterdam den dank van het hoofdbestuur en van de Vereeniging, en doet uitkomen dat deze afdeeling steeds op waardige wijze volbrengt wat de Vereeniging wenscht en wil. Hij wijst ook met nadruk op de eendragt der nederlandsche natie, altijd zoo sterk waar het de eerbiediging en de verdediging der vrijheid en der onafhankelijkheid van den Staat geldt.

Op nieuw barst een driewerf herhaald hoerah! los, uit het hart van alle aanwezigen, die vervolgens bij monde van den heer Zillesen de aangename tijding ontvangen, dat de voorzitters der verschillende afdeelingen de eere zullen genieten, Z. M. den Koning, beschermheer der vereeniging, op Woensdag aanstaande van het paleis naar de estrade te begeleiden, van waar de Vorst de inwijding van het monument zal bijwonen.

Op het welkomstfeest in het Park volgt de maaltijd in den tuin de Nederlanden. De feestzaal is fraai gedekoreerd. 330 personen nemen aan^dezen feestdisch, gepresideerd door den heer F. C. Zillesen, deel.

De gala-voorstelling in den grooten schouwburg volgt voor de feestelingen dit echt kameraadschappelijk gastmaal op. Met gespannen verwachting begeeft men zich derwaarts. Het is niemand een raadsel wie de gepasporteerde wachtmeester van het voormalig regiment lansiers n°. 10, de schrijver van het gelegenheidsstuk, is: | zoo iemand, hij is de man voor een taak als deze geschikt. Geheel vervuld van zijn onderwerp, meester over taal en vorm, gelukkig in het aanslaan van den juisten

Sluiten