Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 ordinair dito diio, 4 kistjes Sigaren, 4 lederen Sigarenkokers, 8 Sigarenpijpjes, 2 Platen in Lijsten, 6 Krentenbrooden, 6 Koeken, 4 Worsten.

De feestkommissie op het Eunen bestaat uit de heeren H. Westermann, president, J. C. Coers, H. Lotz, J. S. Stadig, W. H. P, van Sprang, P. A. van Overeem en J. T. van Hemert j en die bij de Raambarrière uit de heeren E. H. Verweegen, president, P. Zuydhoek, N. A. Smit, G. J. Matthieu, J. Cornelis, T. J. van Campen en L. T. van Deth. De wijze waarop al die heeren zich van de hun opgedragen, niet gemakkelijke taak hebben gekweten verdient allen lof.

Wij hoopten onzen lezers de namen der overwinnaars mede te deelen, doch ondanks alle door ons aangewende pogingen zijn wij, bij het ter perse gaan van dit blad, daartoe nog niet in de gelegenheid gesteld.

Met het uitreiken der behaalde prijzen onder gepaste toespraken, zijn deze, door droog en niet te warm weder begunstigde en door muziek opgeluisterde volksfeesten, tot aller genoegen (behalve welligt voor de geslagenen in den strijd) afgeloopen.

Een der leden van eerstgenoemde kommissie , de heer P. A. v. Overeem, als ijverig beoefenaar der dichtkunst bekend, heeft in deze feesten aanleiding gevonden tot het vervaardigen der volgende koepletten, die tot de overwinnaars werden uitgesproken:

Als overwinnaar, fier den eereprijs te ontvangen,

Door 't opgetogen volk met blij gejuich begroet, Bevrijd van bange vrees die't jagend hart bleef prangen, Dat aan dien eereprijs slechts in den strijd bleef hangen, Het strijdperk uit te trcèir, — is wellust voor 't gemoed.

Die eere, dal genot, werd u te zaam beschoren, Ge ontviugt den eereprijs verheugd uit onze hand,

De zaamgevlocide schaar deed u haar juichtoon hooren;

Geen stond uws levens kwam u ooit zóó schoon te / voren,

En dubbel kloppe u 't hart op 't feest van 't vaderland.

'Geluk, driewerf geluk, gij allen, mannen! knapen!

Met de eer die op dit feest uw aller hart verheugt. Roept eens de pligt u zaam voor heil'ger strijd te wapen, Dan vlecht' beleid en moed u d' eerkroon om de slapen

Als op dit feest, gewijd aan eendragt, moed en deugd.

Ja, blijft uw dankbaar oog soms op het kleinood staren, Dat d' Amstelstad en ook nw stadgenoot u schonk, Keer' dan uw geest terug, o mannen! in die jaren, Toen moed en trouw ons land zoo roemrijk bleef

bewaren,

En naast uithcemsch geweld, hier d' eendragt scbittrend blonk.

Ziet dan in uw gemoed denzclfden geest herleven, Die 't vaderland behield voor vijf-en-twintig jaar. Doet dan en kroost en maag naar liefde en eendragt

streven,

Dan zal der Vorsten Vorst ons allen welvaart geven. En Nederland braveert, dan sterk, het grootst gevaar.

Inmiddels is de avond gevallen en terwijl een massa stedelingen en vreemdelingen de hoofdstraten en grachten vullen en vooral in de Kal verstraat, op den Dam, het Eokin, den Nieuwendijk enz. enz. met welgevallen de dekoratiën der huizen beschouwen, waaronder velen uitmunten door fijnen smaak, keurige bewerking en kostbaarheid van zamenstelling (*), en velen op den Dam de laatste hand zien leggen aan de toebereidselen tot de plegtige handeling op morgen, of daar blijven post vatten om 's Konings komst, in den laten avond, te verbeiden, — heeft de heer Stumpff zijn Parklokaal voor de derde maal geopend voor de helden van het feest en voor het groote publiek. Ook wij, getrouw de op ons genomen taak van verslaggevers volbrengende, begeven ons derwaarts. Het is ruim 8 ure en de aanvang van de groote feest-réunie is tegen 7 J4 1116 aangekondigd, doch in dat half uur is de stroom bezoekers reeds zoo ontzettend , dat aan den hoofdingang onmogelijk allen die daar toegang wenschen, kunnen worden toegelaten, maar zeer velen van de Dokzijde moeten binnentreden.

Bij vele gelegenheden hebben wij prach-

(*) Wij onthouden ons van bet noemen van namen, omdat wij zeker zijn onwillekeurig een of meer te vergelen. Allen die de versieringen van de woningen der Amsterdammers hebben gezien, zullen zich het schoonste onder het schoone wel weten te herinneren; en die burgers welke in hunnen ijver en hunne belangstelling voor de algemeene zaak gcene moeite of kosten hebben ontzien, deden dit zeker niet om openbaar daarvoor lof te oogsten.

Sluiten