Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de volharding onzer vaderen, die, onder de leiding van de vorsten van Oranje, den reuzenstrijd tegen de magtigste rijken hebben volgehouden, en die ons het regt hebben gegeven er ons op te verhoovaardigcn, dat wij kinderen zijn van dat kleine gcmeenebest, dat eenmaal eene zoo schitterende plaats had ingenomen in de rei van de volkeren van Europa.

»De glans van dien roem en van die grootheid werd verduisterd. Binnenlandsche verdeeldheid en overmagt van buiten hadden het vaderland gebragt aan den rand des verderfs, en toen het, bij den aanvang dezer eeuw, als een wingewest werd ingelijfd bij het magtige Frankrijk , toén scheen de naam van het nèderlandsche volk bestemd, om te worden uitgevaagd op de naamrol der zelfstandige natiën.

s Bij den klimmendcn nood was echter de redding nabij.

»De vorsten uit het stamhuis van Oranje keerden in bet vaderland terug; de band, die nimmer had behooren verbroken te worden, werd vaster toegehaald dan ooit te voren; tevredenheid en eensgezindheid wischten de droevige herinneringen der laatst verloopen jaren uit, en toen de verbondene mogenheden al de nèderlandsche gewesten hadden vercenigd, onder den scbeptér van den eersten Willem, toen stond de Koning der Nederlanden aan het hoofd eener bevolking, die bij steeds klimmenden bloei en voorspoed de rijkste zegeningen van de toekomst mogt verwachten.

• Taal, zeden en gewoonten echter hadden do bewoners van de zuidelijke gewesten, na eene scheiding van meer dan twee eeuwen, van Noord-Nederland vervreemd. — De zaden van tweedragt, reeds in de eerste dagen der vereeniging met milde handen uitgestrooid, werden kunstmatig aangekweekt: bij het genot eener sedert lang ongekende en steeds toenemende welvaart vond nogtans de stem der verleiding in de belgische provinciën gehoor, en de bedrogene menigte verbrak de banden van dankbaarheid, van eerbied en van trouw.

»De pogingen ter bevrediging aangewend waren vruchteloos: de onvergenoegdheid spreidde hare vertakkingen uit over al de zuidelijke gewesten, en weldra werden de grenzen des vaderlands bedreigd.

t Het nèderlandsche volk heeft den pijnlijken indruk vergeten, dien de droevige gebeurtenissen van die dagen op alle harten bad gemaakt. Maar des te levendiger herinneren wij ons de geestdrift, die des Konings woord: te wapen! in alier boezem deed Ontbranden. Dat korte, maar krachtige beroep van den Vorst op de liefde en op de trouw jijner onderdanen vond een. duizendvoudig herhaalden weêrklank in al de gewesten des vaderlands.

n &nn>rnmnndim' én tnfiseiiiic.lit door moeders, door

echtgcnoolen, door zusters en beminden, snelden talrijke vrijwilligers, uit alle rangen en standen der maatschappij, naar de grenzen en versterkten de ge¬

lederen onzer dapperen, en toen ook onze niet volprezene schutterijen zich bij het leger hadden aangesloten , toen voerde de ridderlijke Prins van Oranje, door zijnen voortréffelijkcn broeder gesteund, het opperbevel over eene eerbiedwekkende krijgsmagt, zauicngesteld uit nèderlandsche mannen en jongelingen, blakende van liefde voor den geboortegrond, |

aan den Koning verbonden door onkreukbare trouw.

«Onze veldtogt was kort, maar beslissend, en de scheiding der gewesten, die de heide volken even vuriglijk verlangden, kon niet anders meer zijn dan roemvol voor Nederland; want aan de grenzen wapperden onze zegevierende vanen.

»Hoe rijk de geschiedenis des vaderlands ook wezen moge, zij levert ons geenc wedergade van dien geest van cendragtige, zamenwerking, die toen het nèderlandsche volk bezielde, en men zal vruchteloos in de geschiedrollen van de andere volkeren der wereld naar voorbeelden zoeken van meer vaderlandsliefde, van vaster trouw aan het wettige gezag en van edeler opoffering van ieders eigenbelang aan de gemeene zaak, dan die hier, in de onvergetelijke jaren 18315—31, gevonden werden.

»Het is aandoenlijk te herdenken het bezoek, dat Neèrlands grijze Koning, na den strijd, in de noord-brabantsche vlakten, aan zijne legerscharen bragt, den zonen des vaderlands zijnen dank betuigende voor 'die liefde en voor die trouw, die'zichook in de ure des gevaars niet hadden verloochend.

«Zonder onderscheid te maken tusschen. rang, stand of betrekking, werd aan allen, die onder de vanen van Nederland en Oranje regt en vrijheid hadden verdedigd, een blijk zijner hooge tevredenheid geschonken, en bet metalen kruis, gedachtenisteeken van trouw voor Koning en vaderland in 1830—31, zou tot blijvende herinnering verstrekken voor hen, die toen het voorregt hadden te behooren tot het, zoo bij uitnemendheid, nèderlandsche leger.

• Was het vreemd, dat er, na vijf-cn-twintig jaren, behoefte werd gevoeld, die gcwigligc dagen te herdenken?

• Eere aan hen, die het eerst het denkbeeld hebben geopperd de oud-wapenbroeders, met het metalen kruis versierd, weder te vereenigen, om in de hoofdstad des rijks, bij genot van kameraadschappelijke vreugde en vrolijkheid, bet zilveren herinneringsfeest te vieren van die dagen van verbroedering en eensgezindheid, toen wij lief en leed te zamen deelden.

• Maar, bovenal, eere aan Ü, doorluchtig Vorsten Heer! die hebt gewild, dat. een blijvend gedenkteeken de gedachtenis zou bewaren van dit vaderlandsche feest.

»Eere aan U, die regt hebt laten wedervaren aan onze bedoelingen!

»Toen Gij, die als Koning der Nederlanden uwe genegenheid gelijkelijk uitstrekt tot al uwe onderdanen, aan wie de rust en de welvaart van het vaderland dierbaar zijn, beschermheer zijt geworden van de vereeniging Uet Metalen Kruis, toen Gij uwen beminden broeder, prins Hendrik der Nederlanden, hebt gesteld tot den hooggeschallcn voorzitter van het door U benoemde hoofdbestuur, toen hebt Gij het bewijs geleverd,, Sire! dat Gij het wist dat onze vereeniging naar geen ander doelwit streefde, »dan naar het aankweeken van liefde en trouw, voor het dierbaar vaderland: naar het aankweeken van liefde en trouw voor uw doorluchtig geslacht, zoo miauw en zoo innig met dat vaderland verbonden."

»Nog weinige oogenblikkcn en het gedenkteeken, dat, naar Uwen wensch en door de bijdragen van

Sluiten