Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velen onzer landgenooten is daargesteld, zal voor het oog der menigte zijn optbuld, en het zal getuigenis geven van den geest, die in den boezem der oprigters leeft.

• Moge opschrift of zinnebeeld op onze vaderlandschen gedenkzuil van vroegeren strijd gewagen., de beeldlenis der Eendragt, die hare spits versiert, verkondigt aan landgenooten eu nagcburcn: eensg'eiindheid, welwillendheid en vrede.

»Voor den Nederlander zij die hecldtcnis der Eendragt eene herinnering aan de guldenspreuk der vaderen: voorden Nagebuur, met wie zoo vele banden van gemeenschappelijk belang ons verbinden, moge die beeltenis tot. waarborg verstrekken , »» dat geene veto meer bestaat, dat alle partijschap is vergeten en dat de bloei en de welvaart van onze bondgenootcn met geen vijandig oog in Neêrland worden beschouwd." " >j-iE*r

«Wanneer Gij, Sire! Uwe trquwe hoofdstad zult bezoeken: wanneer Gij, van de puije van Uw koninklijk paleis, de U toejuichende menigte zult begroeten-, dan zal Uw oog zich tevens vestigen op die berinncringszuil van ons «Metalen Kruis," gedenkteeken van 'den Volksgeest in 1830—31, en zij zal voor U en voor Uwe koninklijke nakomelingen tot eene blijvende . getuige verstrekken, dat het Huis van Oranje regeert over een trouw en eerlijk volk, dat zijne regten en zijne vrijheden lief beeft, dat den vrede bemint, zonder den oorlog te vreczen en dat zich eendragtig schaart onder zijn aloude Leeuwbanier, wanneer bet vaderland wordt bedreigd of wanneer de regten van zijne vorsten worden aangerand.

» Gij, oude krijgskam'craden! Wat rang of betrekking gij eenmaal bij ons yadcrlandsch leger hebt bekleed,, of er nu nog bij beklecden moogt, u breng ik den ki'ijgsbroedcrlijken groet op ons zilveren feest, dat zoo velen onzer weder op één punt vereenigt en dat zoo rijk voor ons moet zijn aan herinneringen van gejnengden aard , uit die dagen van ons vroeger krijgsmansleven.

»lk maak mij, onbeschroomd, tot uw aller tolk en ik vrees niet, dat ik door één uwer zal'weersproken: worden wanneer ik de verklaring afleg; dat de spreuk: Trouw voor Koning en Vaderland, die ons Metalen Kruis versiert, met even onuitwischbare letters in ónze harten is gegrift..

• Onze vereeniging en het gedenkteeken dat door onze zorgen en door onze medewerking is verrezen, hebben geene andere staatkundige beteekenis dait deze alleen: ».»'dat wij het denkbeeld wenschen te bevestigen en te bewaren, dat de roem, de voorspoed en hét geluk des vaderlands zijn vereenzelvigd met den roem, met den voorspoed en met het geluk van het Stamhuis van Oranje.""

» Als ook de jongstcn van onze wapenbroeders zullen zijn ten grave gedaald, als Het Metalen Kruis niet meer'zal worden gedragen,'dan zullen onze kinderen en onze kindskinderen, bij het aanschouwen van onze gedachteniszuil, aan geene dwaze gloriezucht, aan geene ijdcle zelfverheffing denken: maarzij zullen hunne vaderen prijzen en zij zullen hen gelukkig schallen; omdat' zij hun vaderland en hunnen Koning

hebben lief gehad, en omdat het hun gegeven werd zulks door hunne daden te mogen toonen.

«Niet onzer alléén zullen zij daarbij gedachtig zijn, aan wie het voorregt werd geschonken de wapenen te mogen dragen. Zij zullen ook met dankbare blijdschap die allèn herdenken, die, langs zoo verschillende wegen, de heilige zaak des vaderlands hebben ondersteund en bevorderd. — Zij zullen de nagedachtenis van onze vrouwen en van onze dochters zegenen, die, op het voorbeeld van eene grootmoedige vorstin, op het voorbeeld van de gade van onzen onvergetelijken veldmaarschalk, onze gekwetsten en onze verminkten hebben verzorgd en verpleegd, met die onuitputtelijke liefde, die alleen in het harte der vrouwen wordt gevonaen.

»Indien de nood het immer weder vorderen mogt, waarvoor God ons dierbaar Nederland genadiglijk beware, dan voorzeker zullen onze nakomelingen dien vaderlandschen geest -van 1830—31 niet beschamen, waaraan door Koning en volk dit gedenkteeken wordt toegewijd.

i Regeerders en inwoners van Amsterdam! in wier midden, naar 'sKonings wensch, onze gedenkzuil is opgerigt: wij wenschen- u geluk met die zoo wel verdiende onderscheiding.

o In die onvergetelijke dagen van edele geestdrift, en van heilige opgewondenheid heeft de hoofdstad des rijks met 'roem naar den voorrang gestreefd in dén wedstrijd van tróuw, van zelfopoffering en van vaderlandsliefde.

» Nabij den tempel van uwen wereldhandel verrijst onze herinneringszuil, en die plaats is met wijsheid gekozen.

• »Door moed, door ijver, door eerlijkheid endoor volharding' is. bet eenmaal nietige visschersdorp in de magtige koopstad herschapen. — De handel vraagt een-

. dragten vrede, om zijne zegeningen te kunnen uilstoi> ten over het vaderland. ÉenuYagt en vrede mogen ons bij voortduring geschonken worden. ; Maar indien zij werden verstoord, dan zou dit gedenkteeken van denvolksgeest van 1830—31 aan Amstels kinderen verkondigen-, dat hunne vaderen in die jaren door hunne

• daden.hebben getoond, datzij het wisten: »» dat eer, vrijheid eu onafhankelijkheid de rijkste schatten zijn, óok voor de hoofdstad van een handeldrijvend volk."" «Gij allen die mij hoort, Nederlanders!-kinderen van hetzelfde vaderland! van waar gij ook gekomen zijt om deel te nemen aan onze feestviering, o! dat die feestviering geheiligd mogt worden door ons aller vernieuwd besluit, om één van ziel en één van zin die deugden aan te kweckeu, die geschikt zijn om een volk gelukkig (e maken en om het groot te doen zijn, ook dan,. wanneer zijne landpalen binnen enge grenzen zijn beperkt.

«Met Uwe goedkeuring, SireI zal ik het teeken geven, dat de omhulsels zal doen vallen, die onze gedenkzuil bedekken, en wij allen zullen baar begroeten met den welgemccndon kreet: Leve liet Vaderland ! Leve de Koning!"

Z. M. beantwoordt deze redevoering, d\e op de geheele omgeving des sprekers een

Sluiten