Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het dejeuné, dat daarna aan het paleis gehouden werd, en waarop de ministers, de verdere autoriteiten en het hoofdbestuur en de bestuurders der afdeeling van Het Metalen Kruis tegenwoordig waren, benevens de heeren Büchler, Eoyer en den ontwerper van het monument, den lieer Tetar van Elven, heeft Z. M. den heer Büchler benoemd tot ridder van den Nederlandschen Leeuw, en den heer van Elven tot ridder van de Eikenkroon. Z. M. heeft wijders aan de zeven leden van het hoofdbestuur toegezegd een gouden medaille op naam.

Z. M. bragt onderscheiden vaderlandsche toasten uit, die levendigen weerklank vonden ; o. a. op Andriessen, den held van Montrado!" De eerste oprigter der vereeniging, eerst uitgetrokken vrijwilliger op 23 Sept. 1830, genoot de hooge eer, dat de Koning met een beker in de hand tot hem trad, en op zijn welzijn in de meest ongekunstelde bewoordingen een dronk instelde, welke toespraak getuigde van de ongeveinsde hoogachting, die Z. M. hem, de ziel der vereeniging zoo wel als der feestviering, toedraagt.

Z. M. vertrok ten 3 ure naar het Loo.

Het diner in het Park nam ten 5 ure in de groote zaal, gedekoreerd zoo als wij reeds beschreven, een aanvang. Ongeveer 500 personen waren aangezeten. Vóór het orkest was een afzonderlijke tafel aangerigt, waaraan de hoofdbestuurders benevens de genoodigde hooge autoriteiten geplaatst waren. Prins Hendrik leidde het feest als voorzitter. Gelijktijdig met de zijwanden, dus in de lengte der zaal, waren de overige gasten aan een tiental tafels, geplaatst in twee blokkeu ieder van vijf, aangezeten.

Het behoeft niet gezegd, dat, na den schitterenden afloop der feestelijke onthulling, de aangenaamste stemming aan dit,

door Bikkers te Utrecht geleverde, diner heerschte.

De officiële toasten op het diner uitgebragt waren deze: Z. M. den Koning, door prins Hendrik,- print Hendrik, door den heer Boreel; de Volksgeest van 1830—81, door den heer van der Brugghen; Se Stad Amsterdam, door den heer van Dam; De Volksgeest van 1856, door den heer Boot; Het Nèderlandsche Leger, door den heft Forstner van Dambenoy; Be Afdeelingen van Het Metalen Kruis, door den heer Schimmelpenninck; het Hoofdbestuur, door den heer Zillesen.

De heer Mr. J. van Lennep bragt dw volgenden feestdronk uit:

Een wakk're en trouwe vriendenschaar_ Eens vast verbonden aan elkaèr, Maar sints gescheiden en verspreid, Thands wcêr van d'eigen geest geleid-, Te saèm gevloeid uit elk gewest, Viert vrolijk feest in Aemstels vest. Hernieuwt er wcêr niet hart en mond Den onvergeetbren broederbond En richt, als blijvend onderpand Van liefde en trouw aan 't Vaderland In d'Aemsleistad een denkzuil op En voert er de Eendracht hoog in top. Wel wijs én waardig was de keus Van zulk een beeld, van zulk een leus. Prijkt ze op geen zilrren muntstuk meer, Nog bleef der vaadren spreuk io eer: Door Eendracht wordt het kleine groot, En 't heilig beeld, dees dag ontbloot, Deel' van lijn hoog verbeven steê Die gulde les aan 't Nakroost meè: Ja! wat verwissele of verdwijn, Laat Eendracht steeds de leuze zijn. Zij hechte door alle eeuwen heen Oranje en Neêrland vast aan een: Vcreènige door trouwe min De zoons van 't zelfde huisgezin, - En sprcide ook builen dezen grond Haar zaai'gen invloed zeeg'nend rond, Tot vete eu haat van de aarde wijk En ook het verstgelegen rijk De leus volg' die in Neerland blonk En 't voorbeeld loov', dat Neêrland schonk. De heer jhr. P. H. Bicker nam den onverflaauwden eu beproefden kameraad-

Gcdr. en uiig. aan hét Bureau der A)nst. Cour.

Sluiten