Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den tweestrijd werden gered met de woorden : » gij of ik, jongens!" (*); — drie wapenrustingen van drie broeders, waarvan een den dood op bet slagveld vond, en wiens tronwe buks, daar nu nevens de hunne, maar met den tromp nederwaarts, en niet met de oranje-kleur versierd, maar met rouwfloers omwonden, is opgehangen! Dat vuurroer, waarvan de grijze vader in een beroemd geworden dichtstuk zong: (t)

o Pand, dat mij zoo dierbaar is,

Schoon niets me een zoon vergoedt,

Gij zijt me een dierbare erfenis, Gewijd door trouw en moed!

En zoo de nood ten toppunt klom,

Do zee hier binnenvaart, En zich de laatste heldendrom

Op 't puin der steen vergaart, Dan, zoo er nog in mijn geslacht

Een man'lijk harte slaat, Zult gij, ten schrik van de overmagt,

Nog buldrcn voor den Staat!

Dat vuurroer, wèlligt in de smartelijke ure des doods nog in de hand des edelen jagers geklemd, en nu na vijf-en-twintig jaren met eerbied en geestdrift, als een heilig reliek, door velen met een vochtig oog aaiwchouwd, gaf een der aanwezigen het volgend ex-temporé op de lippen : Een waardig voorbeeld voor ons allen! De jagêrhuks in 't floers gekleed — De brave Westerman met eer er meè gevallen — Na vijf-en-twintig jaar, geen onzer die 't vergeet!

«Onthoudt uw dag!" en hulde aan 't graf Van hem die voor zijn land, vrijwillig, 't loven gaf!

"Wij verlaten onder dezen indruk de tuinen van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap. Eere hem, aan wien wij dezen indruk te dauken hebben!

{*) Zie: Ter Herinnering aan Marlen Wederman, door A. Ji de Buil, uitgesproken in de llollandsche Maaiéchappij van Fradijz Kunsten en Wetenschappen , en geplaatst- in de Tijd , Deel XVII.

(t) Het yuurroer van mtfn £00», "door Ms Wdslerman.

De avond van dezen dag wordt besloten met een luisterrijk bal in het Park, dat zijn feestdos nog niet heeft afgelegd. "Wij noemen het een gelukkig denkbeeld der kommissie, ook die uitspanning in het programma op te nemen. Immers de schoone sekse had uit den aard der zaak de gala-voorstelling in den Schouwburg niet kunnen opluisteren en het karakter der feesten, over het algemeen, maakte het moeijelijk de edele vrouwenrei de plaats die haar voegt waar zij verschijnt, dat is de eerste plaats, te doen innemen. En toch, er moest, zelfs al had de behoefte aan afwisseling het niet geboden, er moest gezorgd worden, dat ook zij schitteren en het zilveren feest verheerlijken kon. Deelde niet voor vijf-en-twintig jaren het zwakke geslacht de geestdrift der mannen, en hadden de teêrste vrouwenhanden niet de brandende wonden helpen verzachten, op het bed van eer ontvangen door hen, die. zij ten strijde hadden aangemoedigd? Getuigde niet menig vaandel, door de dapperen verdedigd en met lauweren bekransd uit den strijd teruggebragt, van de belangstellende deelneming der schoone sekse in de vaderlandsche zaak?

De Augustusfeesten mogten dus niet zonder haar eindigen. Een bal was bet middel bij uitnemendheid, om het onwillekeurig verbroken evenwigt te herstellen. De deelneming bewees, dat de feestkom* missie juist had gezien; en had het Damplein op den morgen der onthulling geschitterd van de prachtigste uniformen en goud, de Parkzaal doet er in luister niet voor onder, en levert aan hen die, zonder aan het bal deel te nemen, op de galerijen rondwandelen, een niet minder heerlijken aanblik op, door tal van sierlijke toiletten en vonkelende edelgesteenten. Vier- a, vijfhonderd pereonon zijn in het lokaal aanwezig, dat sedert het <m-

Sluiten