Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE ZITTING. Dinsdag 25 Augustus, nam. 4—8 nur.

Abt. 115.

Ouderling G. vui den Boom opent deze zitting met gebed, nadat gezongen is Ps. 89: 7,

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort, enz. Abt. 116.

De Commissie van Rapporteurs deelt mede, dat de ljjst van

rotesten en ingeKomen stuKKen nu volledig is en rgp voor ehandelinsr.

Abt. 117.

Aan de orde wordt thans gesteld de Zending onder Israël. Hare Commissie, bestaande uit de B.B. A. H. Gezelle Meerburg, E. Kbopveld en A. de Geus, brengt bij monde van E. Kbopveld verslag uit van hare bevinding sedert de jongste Synode. Dit verslag, dat o. a. een en ander vermeldt betrekkelijk den Israëliet, in de Kerk wel bekend, is hierachter onder Bijlage V te vinden.

Abt. 118.

De President dankt de Commissie yoor haar belangrijk en boeiend verslag, en benoemt tot nazien der boeken van den secretaris-penmngmeester de B.B. predikanten P. Wagenmakeb en R. Mulder, en den ouderling H. Overeem.

Abt. 119.

Naar aanleiding van het verslag worden de volgende vragen gedaan:

Vr. Zou het niet beter zijn geweest, dat de Commissie D. persoonlijk te Londen bezocht had? Waarom heeft de Commissie dat niet gedaan?

Antw. Wij konden per brief gewaarworden wat wij wilden weten door Rev. S. Ook achtten wij het met het oog op de kosten niet geraden de reis te ondernemen. En bovendien zou het niets baten. D. wil vooralsnog geene publiciteit aan zijne geschiedenis geven. Den tjjd daarvoor acht hij nog niet gekomen.

Sluiten