Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig baten, blijkens opgedane ervaring. De Vergadering heeft nu genoegzaam licht om te kunnen oordcelen.

De President herhaalt de vraag van straks: Kan de Synode zich na het gehoorde vereenigen met het advies der Commissie van Rapport ?

De stemming wijst uit dat alle leden der Synode dat hunnen. Het protest, zoo oordeelt de Synode, steunt op een misbegrip en Glassis en Provincie hébben goed gehandeld.

Abt. 149.

De Voorzitter stelt aan de orde een Protest van M. v. Berg te Amersfoort waarin genoemde broeder zijne bezwaren ontwikkelt tegen den grond en de wijze, waarop hij als ouderling der gemeente ontslagen is. De grond is, dat adressant de leer is toegedaan van eene zichtbare lichamelijke wederkomst van Christus, bedoeld in Synode 1872 pag. 16, en dat hij die leer in de gemeente zou hebben verbreid. De wijze, dat, ofschoon hg op zijn appèl door de Classicale Vergadering in het geluk werd gesteld, de Prov. Synode nochtans èn den Kerkeraad en de Classis in het ongelijk stelde. Ondanks die verklaring gaf toch de Prov. Synode den adressant te kennen, dat hij geen ouderling mocht zijn. Hij verzoekt nu aan deze Synode hem in zgn recht te herstellen. De Commissie van Rapport (Rapporteur Js. v. d. Linden) heeft het volgend oordeel over dit protest:

In verband met de ingewonnen inlichting bij de Provincie is zg van meenmg, dat de Provincie goed gehandeld heeft door adressant in 't gehjk te stellen tegenover den kerkeraad en de Classis. Doch dat zu met of minder juist heeft gehandeld, waar zg aan adressant de bevoegdheid ontzeide om het ambt van ouderling te bekleeden. Immers de Provincie zou adressant omtrent dit punt hebben moeten terugwijzen tot den kerkeraad te Amersfoort, als zijnde dit de kerkelijke weg. De Synode besluite m dien zin, en geve de Provincie daarvan kennis, opdat zij zulks dan nog late doen.

In discussie gebracht, wordt over dit punt en wat er mede annex is vrij uitvoerig gehandeld. De Notulen der Provinciale synode van Utrecht worden gelezen. Ds. J. de Vissee wordt gehoord. Hg maakt eerst de opmerking, dat de pas gelezen Notulen met gearresteerd zijn. Daarna geeft hij opening van de zaak en antwoordt met zijn ouderling van Hazelen op eenige vragen, die over de zaak in kwestie worden gedaan. Al spoedig wordt het der Synode duidelijk, dat de Provinciale Synode, die terecht Classis en Kerkeraad veroordeelde, zelve de fout beging, dat zij den adressant vonnisde wegens eene nieuw ontdekte dwaling, nl. dat Christus thans nog geen Koning zou zijn Zg wees hem niet ter behandeling terug naar den kerkeraad'

Sluiten