Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door adressant aangehaalde artikel er ook geene termen schijnen te bestaan het gevoelen der Provincie door een' besluit uwer Vergadering te wraken. Zij adviseert dus om niet te treden in het verzoek van den adressant.

Ds. de Haas, predikant der gemeente Haarlemmermeer Oostzijde, ontvangt het woord. Hij geeft een overzicht van den stand en loop der kwestie en leest de Notulen des kerkeraads voor. Voor 1869, zegt hij, bestonden alleen Hoofddorp en Oostzijde. De vereeniging te Middelburg was gebaseerd o. a. ook op de conditiën, die in art. 25 der Synode van Middelburg genoemd zijn, in verband met art. 31a.

Onderscheidene sprekers voeren het woord. De een over de exegese van art. 25, de ander over de vrijlating der leden, daar het eene burgerlijke gemeente is, een derde, die daar vroeger in die Llassis diende, over de grensscheiding van vroeger Nadat den laatsten spreker duidelijk was geworden hoe nu de grensscheiding is gemaakt, spreekt hij als zijn gevoelen uit, dat Haarlemmermeer Oostzijde, de oostzijde van den Sloterweg moet behouden In 1877 verloor Oostzjjde bjj de toen gemaakte grensscheiding 77 personen en 3 kerkeraadsleden. Bij de laatste grensscheiding, werd zn gewettigd, zou de gemeente opnieuw belangrijk verminderd worden, terwijl zij weinig kans op uitbreiding heeft door de plaats van het kerkgebouw etc. Hij raadt aa%5? i ge™eente,de oostzijde van den Sloterweg b'ehoude en ÓOO el aan de andere zijde van den weg, m. a. w. terugkeering tot 1877 Nog wordt opgemerkt, dat de laatste grensscheiding door kerkbouw ontstond, een nieuw motief voor terugkeering tot de oude grensscheiding. Een der Prae-adviseurs stelt voor het verzoek, zooals het daar ligt, af te wijzen en terug te keeren tot de grensscheiding van 1877. Dienovereenkomstig wordt besloten.

Ds. de Haas dankt de Synode voor hare bemoeiing en besluit. Aet. 158.

De Synode vestigt nu de aandacht op een schrijven van den kerkeraad der gemeente Rijnsburg. Bedoelde kerkeraad heeft te rechter tijd.en langs wettigen weg een stuk doen toekomen aan de vorige Synode, inhoudende een breed gemotiveerd verzoek om art. 35 en 51 van de Synode van 1877, als achteruitzettend voor oude, zwakke en onbemiddelde predikanten en als drukkend voor de betrokkene gemeenten, op te heffen. Adressant beklaagt zich, dat van dat stuk, immèrs voor zooveel de Handelingen der vorige Synode aanwijzen, geene kennis is genomen en dringt er ernstig op aan, dat maatregelen genomen worden, om de herhaling van zoo iets voor goed te voorkomen.

In aansluiting aan het advies der Rapport-Commissie (Rap-

Sluiten