Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men late kerkeraden en Classes geheel vrij. Dat is het ook juist wat Friesland verlangt. Een enkele stem verheft zich nog voor de exegese van den Prae-adviseur met verwijzing naar art. 41 D K en art. 34 van 1578.

Twee voorstellen worden ten slotte tegen elkander in stemming gebracht. Het eene wil beperken, het andere ruimte laten.

Voorste] 1.

De Synode oordeelt liet woordeke „uit" zóó te moeten opvatten, dat alleen de afgevaardigden eener mindere vergadering naar een meerdere afgezonden mogen worden.

Voorstel 2.

De Synode spreekt naar aanleiding van de vraag van Friesland D c als haar gevoelen uit, dat voor onze meerdere kerkelijke vergaderingen ook de predikanten en ouderlingen kunnen benoemd worden, die van de mindere vergadering geen leden waren.

Het tweede voorstel vereenigt 32, het eerste 2 stemmen op zich. Voorstel 2 is dm aangenomen.

Art. 202.

D g der Agenda wordt door den Voorzitter aan de orde gesteld:

De Synode verklare de beteekenis van het woord gemeente" in art. 96 der Synode van Utrecht en in art. 238 der Synode van Zwolle. (Friesland.)

De afgevaardigden van Friesland geven toelichting, waaruit blijkt, dat een concreet geval verklaring van het woord „gemeente" doet vragen. Een in Amerika afgezet predikant spreekt binnen het ressort van zekere gemeente onzer Kerk. Dit doet hij met toestemming van den kerkeraad dier gemeente. Een naburige gemeente en ook de Classis maakt daartegen bezwaar en vraagt het oordeel der Synode. Moet het woord gemeente in genoemde artikelen opgevat worden in den zin van gemeentelijke samenkomst, kerkgebouw, of in den geographischen zin van burgerlijke gemeente? dat is de vraag.

Een der Docenten, prae-advies gevende, zegt: Bedoelde persoon mag niet prediken, want hij is afgezet. Maar niemand kan hem verhinderen als een broeder tot broeders te spreken. Als predikant mag hg zich nergens aanstellen. Met dit oordeel stemt een ander Prae-adviseur in. Wat bedoelde persoon niet is dat mag hij zich niet vertoonen. Maar meent een kerkeraad, dat een lid gaven heeft en laat hij het toe ergens te spreken, niemand kan dien kerkeraad dat recht betwisten.

Sluiten