Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die van Wezel. Wat hebben onze Vaderen gedaan ? Telkens hebben zij de Kerkorde vermeerderd en verminderd. Was men zoo voortgegaan, wij zonden thans eene andere Kerkorde hebben. In 1837 herzagen wij de Kerkorde ook. Het was een onschuldig werk, ofschoon er veel ellende uit werd geboren. Wat kan ons verhinderen thans de hand aan het werk te slaan? Wij moeten toch eene Kerkorde hebben, die aan onze tegenwoordige behoefte voldoet. Zal er onrust, beroering door ontstaan? Dan zou ik het voorstel van N.-Brabant ontraden en doen gelijk in Engeland, waar men geene enkele bepaling afschaft, maar er telkens nieuwe aan toevoegt.

Nu geeft de Voorzitter aan den derden Prae-adviseur het woord, die, zooals hij zegt, kort kan zgn. Het recht tot herziening der Kerkorde heeft de Synode ongetwijfeld. Was er in 1621, drie jaren na Dordt, weer Synode geweest, men had zeker Dordt hier en daar gewijzigd b. v. art. 53. In 1837 heeft men zich niet vergist in het recht tot herziening, maar ten vorigen jare was besloten: wij houden ons aan de Kerkorde. De herziening was een daad van onvoorzichtigheid. Thans heeft men het gevaar van toen niet te vreezen. Maar de groote vraag is: hoe ver moeten wij gaan? Niet zoover als het voorstel van N.-Brabant gaan wil. 'tls thans de gewenschte tijd niet om met het samenstellen van eène nieuwe Kerkorde te beginnen. Het veranderen van de Kerkorde staat in veler schatting gelijk met het veranderen der Belijdenis. Wat wij thans doen moeten is het onderzoek der Kerkelijke bepalingen te vergemakkelijken. Spreker verklaart een werkje onder handen te hebben, dat eene nieuwe uitgave der Dordsche Kerkorde zal bevatten, terwijl bjj elk artikel gevoegd zullen worden de bepalingen, die later gemaakt zijn, en achteraan de bepalingen, die niet behooren tot een of ander artikel, alle in behoorlijke orde. Hij ontraadt de Synode het radikale voorstel van N.-Brabant aan te nemen.

De vierde Prae-adviseur krijgt het woord. Hij verklaart niet te durven adviseeren tot herziening der Kerkorde met latere bepalingen tot een bundel van Kerkrecht. De tijdsomstandigheden ontraden het. Moeten wij dan niets doen? Van de vnf kerkelijke geschillen waren er tot hiertoe vier, die voortvloeiden uit gebrek aan helderheid, uit onbekendheid met onze beginselen en bepalingen. Greene herziening der D. Kerkorde, maar een uitgave van een bundeltje kracht van wet hebbende bepalingen moeten wij hebben en dat rubriekmatig op deze wijze:

1. De Dordsche Kerkorde (artikelen, die nog van kracht znn.)

2. Daaronder de nieuwe bepalingen met andere letter.

3. De aanleiding, die tot het maken van nieuwe bepalingen heeft geleid — omdat misverstand, zooals nog gisteren bleek, licht uit onbekendheid met de aanleiding tot het maken van eene bepaling ontstaat — met nog kleinere letter.

Doen wij dat, dan gaan wij vooruit en wij stooten niemand.

Sluiten