Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zijn. Indien evenwel van dezen regel zal worden afgeweken, zal de Classis, bygestaan door eene Commissie van de Provinciale vergadering hierover oordeelen. Zie art. 12 Dordsche Kerkeordening.

Voorstel 3.

De Synode' na alles gehoord te hebben is van oordeel, dat met het oog op de artt. 12 en 14 der Dordsche Kerkorde het niet op haren weg ligt om een oordeel uit te spreken over kerkelijke personen nl. predikanten of Docenten, die lid zijn van den gemeenteraad, Staten- Provinciaal en -Generaal of zich daarvoor kandidaat laten stellen, en meent, dat dit met betrekking tot de predikanten aan de Classis en wat aangaat de Docenten en Zendingsdirectoren aan de Curatoren en aan de Zendingscommissie moet worden overgelaten.

Over deze voorstellen wordt nu nader gesproken. Ieder licht het zijne toe en beveelt het aan.

De eerste voorsteller zegt: ik doe mijn voorstel met huivering, maar alleen het heilig houden van het leeraarsambt tegenover de revolutionaire theoriƫn, dringt mij er toe. In onzen tijd wischt men alle scheidingslijnen uit tusschen het heilige en het onheilige. Volgens de meening van den Staat zitten m de Tweede Kamer geene bedienaren van den godsdienst, naar de meening der Kerk wel. Hiertegen nu komt juist de voorsteller op. Het heilige moet heilig worden gehouden.

De tweede voorsteller wil zoo ver niet gaan als de eerste. In den regel is 't niet geoorloofd, dat genoemde kerkelijke personen leden van politieke vergaderingen zijn, dit alleen moet, wil hij, de Synode uitspreken. Bij afwijking moet de Classis oordeelen.

De derde voorsteller wil niets naders door de Synode beslist hebben, maar blijven bij 't bestaandeIn de verdere gedachtenwisseling blijkt, dat het eerste voorstel weinig sympathie vindt, dat er meer stemmen voor het tweede opgaan en dat het derde de meeste kans heeft van aangenomen te worden.

In stemming gebracht wordt het eerste voorstel verworpen met 34 tegen 4 stemmen.

Het tweede voorstel heeft 14 stemmen voor, 24 stemmen tegen zich.

Het derde voorstel] wordt met 23 tegen 15 stemmen aangenomen.

Sluiten