Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abt. 234.

Een paar punten, den doop betreffende, wenscht de "Voorzitter nu aan de orde te stellen.

Het eerste punt komt onder D s op de Agenda voor: De Synode adviseere, of de doop door den heer v. S. bediend, als wettig moet erkend worden. (Zeeland.)

Uit de toelichting, door Zeeland gegeven, blijkt, dat de heer v. S. geordend is dtfof Ds. Wedemeijee, dat deze afgezet is door de Oude öeref. Kerk, en dat die afzetting nooit herroepen is. Ouders, die kinderen hadden, door v. S. gedoopt, gaven hunne begeerte te kennen om zich bij eene van onze gemeenten onder de Classis Bergen op Zoom aan te sluiten. Zoo kwam de vraag, of de doop hunner kinderen voor een wettigen doop kan gehouden worden. De Classis Bergen op Zoom legde die vraag voor aan de Provincie. De Provincie antwoordde: niet wettig. De Classis Walcheren had met dat antwoord geen vrede en achtte den doop om aangegeven reden wel wettig. De Provincie Zeeland bleef bij haar oordeel, maar besloot om het advies der Synode te vragen.

Een der Docenten prae-adviseert. Hij zegt, dat die zaak ui 't breede te Zwolle besproken is, art. 35, en adviseert om den do"öp, door v. S. bediend, voor wettig te houden.

Aan de discussie nemen enkele broeders deel. De uitkomst is* dat sommigen de broeders van Zeeland eenvoudig willen verwijzen naar art. 35 Zwolle, anderen van oordeel zgn, dat er geen termen bestaan om den doop voor ongeldig te verklaren, nog anderen oordeelen, dat wij niets kunnen zeggen. Met het gehoorde is Zeeland tevreden en neemt zijn vraag terug.

Abt. 235.

Het tweede punt is het laatste onder letter D. De Synode spreke uit, dat alleen de leden der gemeente gerechtigd zijn de vragen van het Formulier des Doops te beantwoorden. (N.Brabant.)

N.-Brabant, gelijk uit de toelichting blijkt, wil een positieve uitspraak, dat alleen de leden, die belijdenis deden, mogen antwoorden.

Een der Docenten, om prae-advies gevraagd, doet eenige vragen aan N.-Brabant, om tot helderheid te komen over het punt. Hij adviseert er tegen. Er zgn nog te veel in onze Kerk, die hiertegen bezwaren zouden hebben. Het is gevaarlijk op eens dien knoop door te hakken. — N.-Brabant zegt: wij kunnen de mondigheid der doopleden niet erkennen. Zij zijn even onmondig als het kind, dat gedoopt wordt. Hiertegen wordt opgemerkt: wij hebben geene uniformiteit en zoo lang er nog verschil is moeten wij met de kerkelijke verhoudingen rekenen. Laten wij het aan de verschillende kerkeraden overlaten. Een

Sluiten