Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abt. 272.

Alle broeders hernemen na de pauze hun plaats. Op aller gelaat is plechtige ernst te lezen. De indruk, dat het einde van eene belangrijke Vergadering gekomen is, is diep bij allen. In vergelijking met vorige zittingen zijn weinig hospitanten ter Vergadering tegenwoordig. De sluiting kwam zeker eerder dan velen vermoedden. De Voorzitter staat op en spreekt onder diepe stilte ongeveer als volgt:

Geachte Broeders!

De werkzaamheden der Synode zijn geëindigd. Wanneer wij terugzien op hetgeen wij gedaan hebben onder 't oog der geheele Kerk, onder 't oog van ons gezegend Hoofd» dan betaamt het ons allen, mij niet het minst, de genade Gods in te roepen en het medelijden van onzen gezegenden Hoogepriester.

Wij deden in oprechtheid ons werk en handelden naar het licht, dat wij hadden, maar wanneer wij hetgeen wij verrichtten, meten aan de wet van God, aan den' eisch der volkomenheid, dan moet schaamte ons aangezicht bedekken en wij moeten uitroepen: Heere, treed niet met ons in het gericht. De Heere zie op onze oprechtheid en legge op hetgeen naar zijnen wil geschiedde zjjn genadigen zegen.

Hem de dank voor al het goede, dat wij onder zijne leiding mochten verrichten.

Hem de dank voor de eendracht, die steeds onder ons heerschte, ook bij verschil van zienswijzen.

Hem de dank voor de besluiten, die wij in menig gewichtig punt met groote eenstemmigheid mochten nemen.

Het is gebleken, dat wij menschen zijn, dat wij behooren tot een gevallen geslacht, dat wij onze gebreken altijd bij ons hebben ook bij den meest belangrijken arbeid in het huis Gods. De overblijfselen der oude natuur zgn ons tegen.

Maar de genade Gods was krachtiger en overvloediger. Onze meeningen liepen wel eens uiteen, maar even als de uiteenloopende takken van een boom, die uit eenzelfden stam spruiten, uit eenzelfden wortel ontluiken. Verscheidenheid en uiteenloopendheid van meeningen zal er steeds blijven. Moge onze eenheid bij verscheidenheid bewaard blijven en zich openbaren tot uitbreiding van Christus' gemeente, als een boom, in welks loover de vogelen des hemels nestelen.

Dank aan U, geachte secretaris, oudste lid der S. Commissie voor uw arbeid, dien gij in 't belang der Kerk hebt willen verrichten. Straks zijt gij opnieuw gekozen. Ik wensch TJ geluk met uwe herbenoeming; zij de Heere met U en met uwe medebroeders en stelle hij U te zamen ten zegen voor onze Kerk.

Harteljjk dank van de Synode aan U, Prae-adviseurs voor

Sluiten