Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk, en wat daarmede in verband staat -»- zie art. 227 der vorige Synode — hebben wij U het volgende mede te deelen.

Aan Zijne Exellentie den Minister van Justitie hebben wij medegedeeld, dat door de Synode onzer Kerk eene aanvulling is aangenomen op art. 2 van het Algemeen Reglement, in welke aanvulling geregeld is het stemrecht van de leden der Gemeente. Alsmede dat door de Synode is aangenomen een Algemeen Reglement, regelende het bestuur en beheer der kerkeljjke goederen voor de Gemeenten der Christelijke Gereformeerde Kerk.in Nederland; dat zoowel voor de aanvulling van art. 2 van het Algemeen Reglement als voor het Reglement op het bestuur en beheer der kerkelijke goederen de goedkeuring van al de Gemeenten is gevraagd; dat nog enkele Gemeenten die goedkeuring niet hebben gegeven; dat de Synod. Commissie alvorens het een en ander aan de goedkeuring des Konings te onderwerpen gaarne met Z.Exc. de zaak wenschte te bespreken, en dat zij daarom eerbiedig verzocht haar te willen mededeelen of zij — de Syn. Comm. — zich daartoe bij den Minister had te vervoegen op eenen gewonen audiëntiedag of dat zij op een ander door ZEx. te bepalen dag zoude kunnen worden ontvangen.

Daarop heeft de Minister geantwoord: dat hij gaarne bereid was ons in een bijzonder gehoor te ontvangen, maar dat het hem wenschelijk voorkwam, dat de punten, waarover wij ZEx. wenschten te onderhouden, bevorens nader werden 'aangeduid.

Volgens art. 1 der wet van den 10den September 1853 (Staatsbl. N°. 102) zou het toch uitsluitend van den inhoud der nieuwe bepalingen, betreffende inrichting en bestuur onzer Kerk afhangen, of daarbij de medewerking van het Staatsgezag en mitsdien ook de goedkeuring des Konings wordt vereischt. Mocht die goekeuring en medewerking niet worden vereischt, dan zou eene eenvoudige kennisgeving aan den Koning voldoende zgn. Derhalve noodigde de Minister ons uit in de eerste plaats hem mededeeling te willen doen van den inhoud der door ons bedoelde bepalingen.

Daarop- is de Minister in kennis gesteld met art. 227 der Synode te Zwolle in verband met art. 7 van het Algemeen Reglement op het beheer der goederen en fondsen voor de Gemeenten der Christelijke Geref. Kerk, aangenomen op de Synode te Dordrecht in 1879 (zie blz. 131 dier Synode) welk art. de volgende bepaling bevat:

„Stemgerechtigd zijn alle manslidmaten der Gemeente, die belijdenis des geloofs afgelegd hebben en niet onder censure staan en ook de meerderjarige mansdoopleden, die overeenkomstig het Reglement op de inrichting en het bestuur der Kerk stembevoegdheid bezitten."

In verband nu met deze bepaling -- zoo hebben we aan den Minister geschreven — oordeelde de Synode het noodig het

Sluiten