Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinkt Gij dan niet in ootmoed voor uwen God weg en vraagt: Wie ziin wij Heere, en wat is ons huis dat Gij ons tot hiertoe gebracht hebt?

Gü hebt dat alles, Hooggeachte Broeders! in die vijftig jaren doorleefd; Gij hebt alles zien groeien.

Gij hebt, waarde Professor van Velzen! door uw „Gedenkschrift" aan de Kerk een grooten en onbetaalbaren dienst bewezen. Gij schonkt haar dat, toen zij ten vorigen jare, den 14den October, haar vijftigjarig bestaan herdacht. Dat Gedenkschrift is boven onzen lof verheven en de bescheidenheid verbiedt ons deze Synode in haar oordeel over dat werk vooruit te loopen. Vergun ons echter er dit slechts van te zeggen: — het is eene Eer e zuil, waarbij alle lof den nietigen mensch wordt ontzegd, maar waar wij, aan uwe hand, op historischen bodem worden geleid en wp, na de lezing van uwen belangrijken arbeid, niet anders kunnen dan uitroepen: de Heere heeft groote dingen aan ons gedaan, daarom moet Zijnen Naam daarvoor de eere en de heerlijkheid worden toegebracht!

Wij hebben, zeer geliefde Broeders, van Velzen en Brummelkamp, nog iets op het hart. Het is dit: wanneer wjj op eene Synode uwe tegenwoordigheid genieten, dan bekruipt ons, met het oog op uwen hoogen leeftijd, immer de vrees — dat is nu voor het laatst, onze geliefde Vaders in Christus zullen zeer spoedig van ons weggenomen worden. In dat geval gaat het ons als Eliza toen hu zijn heer Elia van de eene tot de andere plaats, met een zekeren weemoed over dat heengaan, volgde. Eindelijk brak dat gewichtig oogenblik aan, dat de man Gods van zijne zpde werd weggenomen. De eenvoudige dienaar Eliza riep toen de veelbeteekenende woorden uit: „mijn vader, mjjn vader! wagen Israels en zjjne ruiteren."

Wij gelooven, hooggeschatte Broeders! wanneer net den Heere behagen zal TJ van ons weg te nemen en Gü in de eeuwige ruste van uwen Heer zult ingegaan zijn, geheel de Christ. Ger. Kerk, met het oog op hetgeen Gij waart in uwen gewichtigen arbeid voor Gods Koninkrijk, met Eliza zal instemmen en roepen TJ na: mijne vaders, mijne vaders! wagen Israëls en zjjne ruiteren! Geve de Heere dan aan die Kerk maar genade om met dienzelfden dienaar de bede voor God te brengen: dat twee deelen yan uwen geest op onze Kerk mogen nederdalen, opdat zjj, indien zij voor de Jordaan kome, gelijk Gp, waarde broeders! er zoo menigmaal voorstondt en er doorkwaamt, uwe mantels moge opnemen en geloovig en ootmoedig betuigen: waar is de Heere, de God van van Velzen en Brummelkamp? ja dezelve? Dan zal de Kerk, Eerwaarde grijsaards! uwe voetstappen drukken en evenals dat zoovele jaren uw voorrecht was voor land en volk tot een uitgebreiden zegen worden gesteld!

De Heere geve ons, geliefde Broeders! dat wp TJ nog lang

Sluiten