Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Correspondenten, die ons ter zijde hebben gestaan; en dank aan gemeenten, vereenigingen en particulieren, die hunne gaven der christelijke barmhartigheid ons hebben toegezonden. Mogen allen in ruime mate ervaren, hetgeen de geschiedenis door alle eeuwen heen heeft bewezen, n. 1. dat wie. aan Israël wèl heeft gedaan het dienzelf ook wèl is gegaan. Zij die gedachte, zij bovenal de belofte en het bevel des Heeren ons een prikkel, om bij den voortgang Israël trachten te brengen aan den voet van het krpis en hem te begroeten met deze zegenzegging:

„Uw Jezus is mijn Heer! De krachtigste weerlegging

Van 't machtigst ongeloof is ons uw voortbestaan 1

Ons heil, wat Abraham geloofd heeft, gij misdaan I

Een zon van heerlijkheid zal 's werelds nacht doorbreken,

Wanneer gij knielen zult voor Wien gij hebt doorsteken 1

Uw Koning, de onze, komt. Herleef, Jeruzalem!

En volg, als Abraham weleer, des Heeren liefdestem."

Dan zullen we standvastig, onbewegeljjk zgn, altijd overvloedig wezen, ook in dit werk des Heeren, wetende dat de arbeid onder Israël niet ij del zal zijn in den Heere.

Lichte die God, Eerwaarde Vaders en Broeders, in uwen zoo gewichtvollen arbeid, D genadiglijk voor; stelle Hij geheel zijn kerk voor Israël en de volken ten rijken zegen, en doe Hij naar die tijden ons ernstig en biddend verlangen, waarin de wolf met het lam verkeeren, en de luipaard bij den geitenhok nederliggen zal; en waarin men geen leed doen noch verderven zal op den ganschen berg van Gods heiligheid.

Dat zij zoo!

De Commissie voor de Chr. Geref. Zending onder Israël:

namens dezelve:

E. KROPVELD, Secr.-Penningmr.

Rotterdam, 25 Augustus 1885.

Sluiten