Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beide gevolgtrekkingen strijden tegen 't zijn van God en zijne volmaaktheid.

Dat God dus den mensch goed zou geschapen hebben en dat deze door den zondeval verbasterd is, tot aan den staat, waarin de diep gezonken Papoea verkeert, strijdt tegen Gods volmaaktheid, want iets dat God voortgebracht heeft, kan niet ontaarden, wel ontwikkelen.

Toen God den mensch schiep, schiep Hij hem met een bepaald doel, omdat het doelloos handelen strijdt tegen Gods volmaaktheid ; beantwoordde de mensch niet aan het doel, dat Hij daarmede voor had, dan heeft God zich vergist: dat strijdt tegen zijne volmaaktheid; beantwoordt hij wel aan dat doel, waarom hem dan ongeschikt genoemd tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad ? Doet men Gode daardoor geen oneer aan in zijn schepsel ?

Bij het voortbrengen van hemelbollen, van afzonderlijke wezens, werd daarin de kracht gelegd, werden daaraan de wetten verbonden, die het voorwerp moesten doen beantwoorden aan het plan, dat God daarmede beoogde; toevoeging of verandering wijzen op tekortkoming of vergissing en zijn dus wederom in strijd met Gods volmaaktheid.

„Alle dingen zijn mogelijk bij God'' is een stopwoord, waarmede men zich gaarne uit ongelegenheden en moei» lijkheden redt.

Veel dingen zijn God onmogelijk.

Hij kan geene verandering brengen in de wetten, die Hij eenmaal heeft vastgesteld; want bracht Hij daarin verandering, dan keurde Hij 't geen vroeger bestaan had

Sluiten