Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorname personen uit den bijbel hebben het ten minste in dien geest nooit opgevat en daar zij, door het zoogenaamde "Woord Gods, als godsmannen worden voorgesteld, nu en dan vereerd met een bezoek van den Engel des Heeren, voortdurend aangehaald als Gods bijzonderste vrienden, mogen wij hen, dunkt mij, veilig als voorbeeld nemen-

Van Abraham (Gen. XVI.) lezen wij, dat Saeaï tot hem zeide: Zie toch de Heer heeft mij toegesloten, dat ik niet bare; ga toch in tot mijn dienstmaagd. En Abraham hoorde naar de stem van Saraï en hij ging in tot Hagar en zij ontving.

Bovendien had hij nog vele bijwijven, want wij lezen : (Gen. XXV : 6) Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken.

Jacob huwde in eene week twee vrouwen, want er staat, Gen. XXIX : 27, dat Laban, na hem om den tuin geleid te hebben, tot Jacob zei: Vervul de week van deze, dan zullen wij u ook die geven voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaar bij mij dienen zult. En Jacob deed alzoo; en hij vervulde de week van deze; toen gaf hij hem Rachel, hem tot eene vrouw, en hij ging ook in tot Rachel.

Later kreeg Jacob er nog twee vrouwen, Bilha en ZiLPA,bij.

Een bewijs dat God niet speciaal tegen de polyganie was, levert ook de geschiedenis van SiMüëL den man Gods bij uitnemendheid. Wij toch lezen: (I Sam. I.)

Daar wa3 een man van Ramathaïm Zophim, die twee vrouwen had, Peninna, die kinderen kreeg, en Hanna, die onvruchtbaar bleef, maar die op haar gebeden volgens de profetie van Eli bevrucht werd en de moeder van SAMUëL was.

Onze vriend David liet zich op dat gebied ook niet onbetuigd! Van hem lezen wij dat hij de volgende

Sluiten