Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worde verleend. En a fortiori wanneer in de zaak zelve belangrijke rnateriëele verbeteringen plaats hebben. Inkrimping van het liefdewerk, op hetzelfde oogenblik dat men de gehalte der liefdegift gaat verbeteren, ware onbestaanbaar, ongerijmd, met zich zelf strijdig.

"Algemeen sta dus de gelegenheid open, om zich voor de verpleging in en buiten de gasthuizen aan te melden. De zesmaandelijksche inschrijving, bij de nieuwe Verordening voorgeschreven, is hiertoe een middel van uitvoering, dat hier niet behoeft beoordeeld te worden, maar dat zeker regelmatiger is dan de altijd eenigzins willekeurige admissie op gezag van buurtmeesters, die tot nog toe bestaan heeft. (Zie Calisch, Liefdadigheid te Amsterdam, bl. 217). — Wil evenwel eene Diakonie een eigen ziekenhui», of een eigen geneeskundig personeel voor huiselijke behandeling en eene eigene apotheek hebben, dan is het met de wet en goede orde overeenkomstig, dat zij hare armen buiten de inschrijvingslijsten houde. Den behoeftige kan toch niet de vrijheid worden gelaten om naar verkiezing of bij afwisseling, nu eens de geneeskundigen en medicijnen van de stad, dan weder die van de kerk te gebruiken!

"Maar welke zal nu ten gevolge van deze schikkingen, die toch niet wel anders kunnen worden getroffen, de geldelijke verhouding zijn van de onderscheidene gezindheden? — De stad Amsterdam zal uit hare middelen, dat is, uit de onvrijwillige bijdragen van de nietbehoeftige ingezetenen, geneeskundige inrigtingen bekostigen, die misschien voor alle behoeftigen zouden kunnen volstaan, maar waarvan alleen die genot zullen hebben, wier kerkgenootschap zulke inrigtingen niet bekostigt; enkele kerkgenootschappen zullen geheel of gedeeltelijk geneeskundige hulp verleenen aan hare armen uit hare eigene middelen, dat is uit de vrijwillige bijdragen harer niet behoeftige leden. Deze leden betalen dus vrijwillig voor hunne arme zieke geloofsgenooteu, en onvrijwillig (in den vorm van belasting) voor hunne overige arme zieke medeburgers; derhalve zij betalen tweemaal; de leden der overige kerkgenootschappen slechts ée'nmaal, zonder dat dit in de quantiteit of qua liteit der weldaden, die de respectieve armen gemeten, eenig verschil maakt.

"Om deze ongelijkheid weg te nemen, zijn er twee middelen; het eerste bestaat daarin, dat de geneeskundige hulp, aan behoeftigen eener Diakonie besteed, beschouwd worde als subsidie van de burgerlijke gemeente, ten gevolge waarvan Art. 59 en 60 der Armenwet daarop toepasselijk worden; maar eenigen tijd geleden heeft de Gemeenteraad van Amsterdam dit denkbeeld overwogen en verworpen; het tweede is eene

5*

Sluiten